MucusVrij / Ehret

Het Ren-Naar-De-Dokter Syndroom

ONDERWIJS – GEEN MEDICIJNEN – En schep ruimte voor ontwikkeling, vrijheid en verantwoordelijkheid

Het zijn bijzondere tijden, en het lijkt dat de ‘oplossing’ in de maak is… Het Vaccin! Waarschijnlijk staan er een aantal mensen te trappelen, maar er zijn ook veel kritische geluiden. Verleden week bv kwam het ebook  Zorgwekkende Gevolgen van Vaccinaties uit.  Dit boek is het resultaat van jaren hard werk van een heel team. Laten de vaccin-enthousiastelingen het aandachtig lezen! Een vriend noemde het ‘Goed Nieuws’ dat we binnenkort het bevrijdende vaccin zullen hebben… Dergelijke overtuiging is het resultaat van meer dan negen maanden media-aandacht, waarbij nauwelijks nog iets anders in de ether hing dan de beperkende maatregelen, het aantal ziekenhuisopnames en patiënten op intensieve en het aantal doden… Waarschijnlijk ging het door ieders hoofd “Hoe moet dit opgelost worden?”, “Hoe moet aan deze plaag een einde komen?”, “Wanneer zullen we een gepast medicijn vinden om hier een antwoord aan te bieden?”

We zijn gehersenspoeld om te denken dat er een medicijn nodig is, dat deze vijand moet bestreden worden, dat dit monster moet worden de kop ingedrukt… We begrijpen ziekte niet en zien symptomen als ondermijnende acties. Er is koorts en we denken dat het ons volledig gaat verwoesten… Is het je niet opgevallen hoe stil het was over de acties die mensen kunnen nemen om hun gezondheid op het spoor te houden? Geen woord over immuniteit-onderdrukkers of immuniteit-verbeteraars. Geen woord over voeding. Geen woord over wat koorts werkelijk is. Geen woord over het mechanisme van hoest of verkoudheid en de zin ervan. De media zeggen in grote trekken de waarheid, maar het is maar de halve waarheid. Ze gaan niet op zoek naar waarom sommige mensen meer getroffen worden dan anderen. Ze zijn bv niet kritisch bij de verzuchting naar een vaccin. Ze gaan ervan uit dat het veilig is, dat het de oplossing zal zijn. Dat is geen journalistiek. Journalistiek heeft geen schrik om vuile putjes open te prutsen, om andere wegen te gaan. Wat we vandaag zien is geprogrammeerd consensus-denken. De neuzen moeten in dezelfde richting staan… En wie anders kijkt is een complot-denker. Maar is het “zo veilig en effectief” als wordt voorgesteld? Wijlen Dr Moolenburg heeft dat zo dikwijls onder de aandacht gebracht hoe dit credo klonk – hoe rampzalig het ook was… en het publiek gelooft dat het “veilig en effectief is”. Wat moet de industrie nog meer hebben?

Ik heb de titel van deze brief gekozen omdat ik niet alleen een boodschap wil sturen naar de medische beroepsgroep, maar ook naar de consument die de medische beroepsgroep betuttelt en het van de medische zorgen verwacht. Dat geldt ook voor beoefenaars van zogenaamde alternatieve therapieën.

Mijn boodschap aan degenen die beweren “de kunst van het genezen” te beheersen is eenvoudig: dat er geen kunst van het genezen is – want genezing is een biologisch proces en is niet afhankelijk van mensen, middelen of methodes. Maar er is een kunst om zo te leven dat dit biologische genezingsproces – een hygiënische levensstijl – zal versterken. Ik zeg tegen de medische professie: “Deel niet alleen medicijnen uit – maar leer patiënten hoe ze moeten leven. Pak de grondoorzaken aan, niet alleen de symptomen”. Dit bericht is ook bedoeld voor beoefenaars van alternatieve therapieën omdat ze geobsedeerd zijn door symptomen, remedies en ‘genezingen’ als allopathische medicijnen op basis van medicijnen en operaties. Mensen rennen naar de dokter, maar het is daar niet populair om te spreken over vasten, ontspanning, slapen, stressbeheersing, ademhaling, gezonde voeding, beweging… Nochtans zijn dat de levensstijl-ingrediënten die het verschil maken. Mensen dromen van een nieuwe start, zonder ingelicht te zijn over de risico’s die ze nemen in hun therapie. Ik hoorde net nog een dokter zeggen dat nu, in de corona-therapie, 40% van de patiënten op intensieve zorgen het niet halen…

Een slechte gezondheid komt zo vaak voor in de moderne samenleving dat ‘dokters’ van alle zogenaamde genezingssystemen worden geteisterd door een massa mensen die verlichting zoeken van hun pijntjes en kwalen. Alle beoefenaars van deze systemen verdringen zich om eerst bij de patiënt te komen, zodat ze kunnen beweren dat hun methode succesvol is. Maar hoe succesvol is dat? Het is waar dat in alternatieve systemen de patiënten niet zullen bezwijken onder de mengsels van toxische medicijnen, maar ook daar geen woord over de oorzaken.

Deze “remedie-mentaliteit” komt net zo vaak voor bij artsen als bij hun patiënten. Ik neem het de patiënten niet kwalijk die, zonder iets beters te weten, gedwongen worden om palliatieve maatregelen te zoeken om het leven van alledag een tijdje vrij te houden van hun pijn. Waar het systeem tekort schiet, is in voorlichting in preventieve acties: wat mensen zelf kunnen doen om hun gezondheid te beschermen, of om hun gezondheid te herwinnen.

In het verleden waren dr. Shelton en andere hygiënepioniers niet bang om de medische geleerden in hun tijd te bekritiseren. Nu, nogmaals, de natuurlijke hygiënebeweging moet uit haar kast komen en vrijuit en openlijk spreken, dat de medische beroepsgroep door de hygiënische beoefenaars wordt beschuldigd van “verraad van vertrouwen” dat hun patiënten in hen hebben gehad. De consumenten van de medische professie, d.w.z. het publiek, moet worden verteld:

• Waarom artsen niet trouw zijn aan de Hyppocratische eed, en soms – geheel te goedertrouw, toch schade toebrengen, terwijl ze de standaard protocollen nauwgezet volgen.
• Waarom 4 op de 10 patiënten die medicijnen krijgen, last hebben van bijwerkingen.
• Waarom een ​​op de zes ziekenhuispatiënten ziek is gemaakt door de voorschriften van artsen.
• Over de namen van grondig geteste medicijnen die moeten worden ingetrokken.
• Waarom een ​​op de twintig ziekenhuispatiënten infecties oploopt.
• Waarom het kankeronderzoek dramatisch is mislukt.
• Waarom 85% van de medische procedures een “gok” is.
• Dat elk jaar duizenden mensen in het ziekenhuis belanden vanwege doktersfouten of slechte reacties op een medicijn.
• Dat de “geneesmiddelen”industrie bedrieglijk, corrupt en meedogenloos is.

In het verleden werd dr. Shelton door moderne hygiënisten op het matje geroepen vanwege zijn sterke taal in het bekritiseren van het medische beroep. Naar mijn bescheiden mening is de moderne hygiënist niet vrij van de beïnvloeding door de media. Er zijn maar weinig mensen die volledig begrijpen tot wat natuurlijke levenswijze, voeding en hulpmiddelen in staat zijn. De grootste bedreiging voor de Hygiënische beweging en haar toekomstige rol in onze samenleving is de medische professie en de farmaceutische industrie. “Het te vriend proberen te houden” van het medische beroep is als water en vuur proberen met elkaar te verbinden. De beweging van natuurlijke hygiëne moet niet proberen het medische beroep een beetje te veranderen. Het moet worden hervormd en moet een revolutie ondergaan : wat slecht is in de moderne geneeskunde moet worden gesaneerd en het goede dat er nog is behouden, d.w.z. de innovatie van moderne chirurgische procedures, noodbehandeling van verschillende complicaties die van tijd tot tijd optreden, bijv. defibrillatie, dialyse en alle andere procedures die tijd opleveren voor de natuurlijke hygiëneprocedures om in de toekomst te werken.

Is het niet tegen de borst stotend, dat als een natuurlijke hygiënist op geen enkele instantie kan rekenen, wanneer hij ondersteuning nodig heeft, dat andere procedures verdacht gemaakt worden? Vasten? Voedselbeperkingen? Vegetarisme? Voeding…. In een ziekenhuis moet je niet zijn voor gezonde voeding… Hoewel je met regelmaat de diëtist over de vloer zal krijgen.

De exploitant van een gezondheidsschool in Yorktown, Texas, was getuige van bijna wekelijkse gevallen van fysieke wrakken die als laatste redmiddel naar het instituut kwamen. Velen zonder hoop, omdat ze medisch zijn toegewezen om nog slechts een paar weken of maanden te leven. Na een paar weken op de gezondheidsschool zagen we een geweldige recuperatie en verjonging. Op de gezondheidsschool leren onze student-gasten hoe ze astma kunnen overwinnen. artritis, borstkanker, genitale herpes, acne en tal van andere .. ongeneeslijke ‘problemen. Net zoals je in onze cursus leert om het zelf te doen, leren de gasten om hun problemen zelf te overwinnen. Ze leren de volledige verantwoordelijkheid voor hun welzijn op zich te nemen. We genezen ze van hun •• ren-naar-de-dokter’-syndroom door ze volledig te leren vertrouwen op hun eigen inherente regeneratiekracht. Er zijn gevallen van diabetici die gedurende 20 jaar of langer insuline hebben gebruikt die binnen een week of twee volledig zijn gestopt met insuline en sindsdien vrij van het probleem zijn.

Ik herhaal dat je dit ook voor jezelf kunt doen. Je kunt jezelf bevrijden van energieverslindende problemen door heilzame veranderingen aan te brengen in de manier waarop je dingen doet. Je kunt je prestatieniveaus op alle gebieden verbeteren door je kracht en energie te vergroten. Ja, je kunt dit echt voor jezelf doen. En alleen jij kunt het doen – niemand anders kan het voor jou doen. je moet de volledige verantwoordelijkheid voor je leven nemen. Dat is altijd onze bekommernis geweest, al 40 jaar lang. En daarom hebben we alles samengebracht in deze cursus, waarin wordt uitgelegd hoe dit gaat.

De cursus Natuur&Gezondheid bestaat uit 20 Modules die elk een thema in de focus zetten. Elke Module , die bestaat uit soms tientallen (en soms honderden) documenten, inclusief bronnen, is afzonderlijk te koop. Maar als 10 belangstellenden / studenten het project willen volgen (er zijn nu negen inschrijvingen… nog één te gaan), start de maandelijkse toezending van een Module… voor de bundel-prijs van 200 euro. Deze aanbieding eindigt op 30/12/2020. Betaal op de Natur-El – rekening : IBAN: BE43 9733 7932 4901     BIC: ARSPBE22  tnv Natur-El. Laat ons ook per mail weten via welk email-adres je toegang wil krijgen.

Anders kijken naar Pijn

De voorbije week heb ik Norman Cousins’ “Anatomy of an Illness” bestudeerd, gedigitaliseerd en de fouten uit de digitalisatie weggewerkt. Dat heeft me met grote bewondering doen kijken naar een andere manier om medische zorg te bedrijven. Cousins wijst erop hoe belangrijk het is, wanneer ziek, om een positief, gezond, genezingsklimaat te hebben. Als dokters je weinig hoop geven, je omgeving geen signalen van leven meer geeft, hoe kan je dan ooit uit dat dal omhoog klauteren? En als hoop en positieve gedachten dan al geen levensverlengers zijn, dan kunnen ze toch maken dat die laatste maanden of jaren geen ‘wachten op de dood’ worden, maar geleefd worden. In dat boek staat een hoofdstuk over pijn, en hoewel het helemaal interessant is, vertaal ik hier de inleiding :

Mensen in de westerse wereld zijn waarschijnlijk de meest pijnbewuste mensen op aarde. Jarenlang hebben we het in de pers, op radio, via televisie, in alledaagse gesprekken in ons laten trommelen – dat elke zweem van pijn moet worden uitgebannen alsof het het ultieme kwaad is. Als gevolg hiervan worden we een natie van pillenpakkers en hypochonders, waarbij de geringste pijn escaleert tot een verschroeiende beproeving.

We weten heel weinig over pijn en wat we niet weten, maakt het des te meer pijn. In feite is geen enkele vorm van analfabetisme zo wijdverspreid of duur als onwetendheid over pijn – wat het is, wat het veroorzaakt, hoe ermee om te gaan zonder paniek. Bijna iedereen kan de namen van op zijn minst een dozijn medicijnen noemen die de pijn door alle mogelijke oorzaken kunnen verzachten – van hoofdpijn tot aambeien. Er is veel minder kennis over het feit dat ongeveer 90 procent van de pijn zelflimiterend is, dat het niet altijd een indicatie is van een slechte gezondheid, en dat het meestal het gevolg is van spanning, stress, zorgen, luiheid, verveling. , frustratie, onderdrukte woede, onvoldoende slaap, te veel eten, slecht uitgebalanceerd dieet, roken, overmatig drinken, onvoldoende lichaamsbeweging, muffe lucht of elk van de andere vormen van misbruik die het menselijk lichaam in de moderne samenleving tegenkomt.

Het meest genegeerde feit over pijn is dat de beste manier om het te elimineren, het elimineren van misbruik is. In plaats daarvan grijpen veel mensen bijna instinctief naar de pijnstillers – aspirines, barbituraten, codeïnen, kalmerende middelen, slaappillen en tientallen andere pijnstillers of desensibiliserende medicijnen.

De meeste doktoren maken zich grote zorgen over de mate waarin de medische wereld tegenwoordig de attributen van een pijnstillende industrie aanneemt. Hun kantoren zijn overladen met mensen die er ziekelijk, maar ten onrechte van overtuigd zijn dat er iets vreselijks met hen gaat gebeuren. Het is maar al te duidelijk dat de campagne om mensen bij de eerste tekenen van pijn naar een dokter te laten rennen, een enorme vlucht heeft genomen. Artsen vinden het moeilijk om voldoende aandacht te geven aan patiënten die echt een deskundige diagnose en behandeling nodig hebben, omdat hun tijd wordt opgeslokt door mensen die niets mis met hen hebben, behalve een tijdelijke ongesteldheid of psychogene pijn.

Patiënten voelen zich vaak verontwaardigd en beledigd als de arts hen vertelt dat hij geen organische oorzaak voor de pijn kan vinden. Ze hebben de neiging de term ‘psychogeen’ te interpreteren als een klaagzang over niet-bestaande symptomen. Ze moeten worden voorgelicht over het feit dat veel vormen van pijn geen onderliggende fysieke oorzaak hebben, maar het resultaat zijn, zoals eerder vermeld, van spanning, stress of vijandige factoren in de algemene omgeving. Soms kan pijn een manifestatie zijn van ‘conversiehysterie’, zoals eerder vermeld, de naam die Jean Charcot heeft gegeven aan fysieke symptomen die hun oorsprong hebben in emotionele stoornissen.

Het is duidelijk dat het dwaasheid is als iemand symptomen negeert die een waarschuwing kunnen zijn voor een mogelijk ernstige ziekte. Sommige mensen zijn zo bang om slecht nieuws van een dokter te krijgen dat ze hun malaise laten verergeren, soms voorbij het punt waarop geen terugkeer mogelijk is. Totale verwaarlozing is niet het antwoord op hypochondrie. Het enige antwoord moet meer voorlichting zijn over de manier waarop het menselijk lichaam werkt, zodat meer mensen in staat zullen zijn om een ​​intelligente koers te varen tussen promiscue pillen en onverantwoord negeren van echte symptomen.

Van alle vormen van pijn is er geen belangrijker voor het individu om te begrijpen dan de “drempel”-variëteit. Bijna iedereen heeft een veelbetekenende pijn die wordt geactiveerd wanneer spanning of vermoeidheid een bepaald punt bereikt. Het kan de vorm aannemen van een migraine-achtige hoofdpijn of een knellende pijn diep in de buik of krampen of pijn in de onderrug of zelfs pijn in de gewrichten. De persoon die heeft geleerd hoe hij de correlatie tussen dergelijke drempelpijnen en hun oorzaak kan maken, raakt niet in paniek wanneer ze zich voordoen; hij of zij doet iets aan het verlichten van stress en spanning. Als de pijn aanhoudt ondanks het ontbreken van een duidelijke oorzaak, zal de persoon de dokter bellen.

Als onwetendheid over de aard van pijn wijdverbreid is, is onwetendheid over de manier waarop pijnstillende medicijnen werken zelfs nog groter. Wat over het algemeen niet wordt begrepen, is dat veel van de geroemde pijnstillers de pijn verbergen zonder de onderliggende aandoening te corrigeren. Ze dempen het mechanisme in het lichaam dat de hersenen erop attent maakt dat er iets mis is. Het lichaam kan een hoge prijs betalen voor het onderdrukken van pijn, ongeacht de fundamentele oorzaak.

Professionele atleten worden soms ernstig benadeeld door trainers die tot taak hebben hen in beweging te houden. Hoe bekender de atleet, hoe groter het risico dat hij of zij wordt blootgesteld aan extreme medische maatregelen als hij of zij letsel oploopt. De sterhonkbal-werper wiens arm pijnlijk is vanwege een gescheurde spier of weefselschade, heeft mogelijk meer dan wat dan ook, langdurige rust nodig. Maar zijn team strijdt om een ​​plaats in de World Series; dus de trainer of dokter, die wordt opgeroepen om zijn magie te bewerken, reikt naar een sterke dosis butazolidine of andere krachtige pijnonderdrukkers. Presto, de pijn verdwijnt! De werper neemt zijn plaats op de heuvel in en doet het uitstekend. Dat zou echter de laatste wedstrijd kunnen zijn, waarin hij met volle kracht een bal kan gooien. De medicijnen hebben de gescheurde spier niet gerepareerd of het beschadigde weefsel genezen. Wat ze deden was de pijn maskeren, waardoor de werper hard kon gooien en de gescheurde spier nog meer beschadigde. Geen wonder dat zoveel topatleten op hun best worden gekapt, meer de slachtoffers van overijverige behandeling van hun verwondingen dan van de verwondingen zelf.

De koning van alle pijnstillers is natuurlijk aspirine. De Amerikaanse Food and Drug Administration staat toe dat aspirine zonder recept wordt verkocht, maar het medicijn kan, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, gevaarlijk zijn en, in hoge doses, potentieel dodelijk. Aspirine wordt door meer mensen zelf toegediend dan enig ander medicijn ter wereld. Sommige mensen zijn aspirine-poppers en nemen er tien of meer per dag in. Wat ze niet weten, is dat de kleinste dosis interne bloedingen kan veroorzaken. Nog ernstiger is misschien het feit dat aspirine antagonistisch is voor collageen, dat een sleutelrol speelt bij de vorming van bindweefsel. Aangezien veel vormen van artritis het uiteenvallen van het bindweefsel met zich meebrengen, kan het constante gebruik van aspirine (en pijnstillers) de onderliggende artritische aandoening zelfs versterken.

Norman Cousins gaat verder in zijn boek over de visie op pijn en hoe mensen deze totaal verkeerd inschatten. Hij geeft voorbeelden van hoe de afwezigheid van pijn (bv in geval van lepra) ernstige gevolgen heeft, en de conclusie is dat pijn ons iets wil vertellen. Het verdoven van het waarschuwende knipperlicht brengt in ieder geval geen genezing!

Anatomy of an Illness” is ooit gepubliceerd in het Nederlands, maar ik heb niet het geluk gehad een Nederlands exemplaar te vinden… Ondertussen heb ik deze Engelse versie toegevoegd aan de digitale Module P – Positief Denken, waarin al mij n info over positief denken, stressbeheersing, ademhaling… is samengebracht; die nog steeds te koop is voor de prijs van 30 euro.

Module P is een uitgebreide verzameling rond Positief Denken, Relaxatie, Ademhaling en alles wat kan helpen om dat deel van het gezondheidsprogramma te versterken? Deze Module bevat pareltjes van inspiratie om van iedere dag “Het Beste” te maken. Alles kan veranderen. De realiteit van alles wat we ervaren, wordt gevormd in het brein. Deze Module kost 30 euro. Na betaling op de Natuur-El-rekening ontvang je de downloadlink.
Aanvragen (30 euro)

Betaal op de Natur-El – rekening : IBAN: BE43 9733 7932 4901     BIC: ARSPBE22  tnv Natur-El. Laat ons ook per mail weten via welk email-adres je toegang wil krijgen.

Volgende brief : Het Ren-Naar-De-Dokter-Syndroom

Geschiedenis

In deze brief wil ik één van de pioniers uit de Europese Reformbeweging voorstellen, Dr. Max-Oskar Bircher Benner (1867-1939)

“De voeding is niet het hoogste in het leven, maar zij is de voedingsbodem, die ten sterkste kan ondersteunen of verwoesten.”

Bircher-Benner was de grondlegger van de moderne voedingstherapie. Hij ging ervan uit dat de mens plantaardig voedsel moet gebruiken en verdedigde met kracht het vegetarisme. Hij wordt de grondlegger van het lacto-vegetarisme genoemd. Het gebruik van rauwkost was voor Bircher-Benner essentieel en vormde de basis van zijn therapie.

Dr. Bircher Benner was Zwitser van nationaliteit en heeft het vegetarisme als een voedingswijze aanzien, maar meende dat het gebruik van melk en eieren geen afbreuk kon doen aan de ethiek, namelijk, het niet doden van dieren. Het basisprincipe van zijn voeding is dat de mens door het eten van plantaardig voedsel gesublimeerde zonneënergie tot zich neemt. Hij baseerde zich daarvoor op de uitspraak van een onderzoeker die ervan uitging dat planten lichtenergie opvangen, wat later door de Russische geleerde Gurwitsch is bevestigd .

Dr. Bircher Benner was de tweede zoon van een notarisgezin in Aarau, Zwitserland. Op amper 7 maanden zou hij als een zwakke baby ter wereld zijn gekomen. Als student leed hij aan slaapproblemen. Van medicijnen echter moest hij niets weten. Een eenvoudige waterbehandeling sprak hem meer aan. In 1891, 24 jaar, vestigde hij zich als arts in een arbeiderswijk in Zurich. Hij beoefende zijn praktijk zoals hij dat aan de universiteit had geleerd. De totale omschakeling in denk- en geneeswijze deed zich voor uit eigen ervaring met een patiënt met ernstige maagklachten. Zijn patiënt kon geen hap voedsel meer verdragen. Dr. Bircher Benner voelde zich machteloos als jonge arts. Men had hem aangeraden eens te proberen met vegetarische voeding. Hij heeft deze raad opgevolgd en gaf de doodzieke patiënt fijngemaakte rauwkost. Wat merkte hij: de maagpatiënt herstelde en was na enkele weken volkomen genezen. Dit was voor Dr. Bircher Benner een belangrijke ervaring en hij begon heel sterk te twijfelen aan de reguliere geneeskunde. Een nieuw tijdperk was aangebroken. Op 28-jarige leeftijd begon hij te werken als voedingstherapeut. Zijn resultaten waren verrassend. Omwille van de enorme afwijkende praktijk in die tijd, werd hij uit de orde van geneesheren gestoten. Men lasterde hem met het feit dat hij onwetenschappelijke zou omgaan met zijn patiënten.

Dr. Bircher Benner kreeg voldoende belangstelling door het feit dat hij veel patiënten, door de reguliere geneeskunde opgegeven, toch heeft kunnen helpen. Dit was voor hem een reden om een eigen kliniek op te starten, die trouwens nog altijd draaiende is. Zijn zoon, Ralph, die ook arts werd, zette het werk van zijn vader verder. Er zijn talrijke boeken in de handel verkrijgbaar omtrent de Bircher Benner voeding. Het is alvast de moeite waard om ze er eens op na te lezen. Een pionier zoals deze heeft een enorme verandering gebracht in de voedingswereld.

Verder wil ik ook een update maken ivm de cursus Natuur&Gezondheid. Deze gaat van start zodra er 10 inschrijvingen zijn. Dit is echt het minimum. Tot 30 december 2020 heb je de kans om in te schrijven aan de complete bundel voor een verlaagd tarief : alle 20 digitale Modules voor de prijs van 200 euro. Momenteel zijn er 9 inschrijvingen…

Beenderschurft

Ik weet niet of je ooit hoorde van beenderschurft – wellicht niet – Nochtans heb ik deze naam niet uitgevonden en staat dit voor een naam die we wèl kennen, nl. osteoporose. Waarom wordt de naam “Broze Botten” gebruikt en niet wat het werkelijk is? Dr. Suzanne Humphries is resoluut: “Osteoporose is blenderschurft en géén calciumdeficiëntie”.

“Een blij hart is een goed medicijn, maar een gebroken geest verdroogt de botten.” ~ Spreuken 17:22

Ze zegt : “Het doet me verdriet om oudere vrouwen met de diagnose “osteopenie” of “osteoporose” te zien luisteren naar hun doktoren en aanvullende calcium en zelfs problematische medicijnen die bisfosfonaten worden genoemd, gebruiken. Dit zijn irrationele, dogmatische, schadelijke benaderingen van het probleem van botafbraak naarmate we ouder worden. In de tijd dat ik nefrologie en inwendige geneeskunde beoefende, zag ik talloze patiënten die leden aan vaatziekten terwijl ze de aanbevolen doses calcium innamen. Röntgenfoto’s toonden perfecte contouren van verkalkte bloedvaten en verkalkte hartkleppen.

Ze toont een verkalkte slagader in de borst, vaak gezien bij vrouwen die worden behandeld voor hypertensie. Het belangrijkste medicijn dat wordt gebruikt bij hoge bloeddruk, een thiazidediureticum, zorgt ervoor dat het lichaam calcium vasthoudt en magnesium en kalium verliest. “We zien dit soort verkalkingen incidenteel in de grote slagaders van het hele lichaam, niet alleen in de borsten. Ik geloof dat deze problemen te vermijden zijn.”

De matrix van bot zal calcium en voedingsstoffen opnemen waar ze horen, zolang de juiste hormonen en voedingsstoffen aanwezig zijn. Onnodig te zeggen dat zwaartekracht in de vorm van gewichtdragende oefeningen essentieel is en de basis zou moeten zijn voor een gezond skelet. Wees niet bang om te oefenen met wat gewicht in een rugzak als je geen discusziekte of lage rugpijn heeft.

Je moet steeds kijken naar wat je qua voedingswaarde en in interpersoonlijke relaties kunt doen om je lichaam te helpen zichzelf te genezen. Supplementen zijn geen vervanging voor goede voeding. Wetenschappers ontdekken constant nieuwe dingen over voedsel en de interacties met het lichaam die we niet kennen.

Het zou natuurlijk kunnen dat je geen tweede opinie behoeft en tevreden bent met het voorschrift, of het zou kunnen dat wat ik ga zeggen je zo vreemd in de oren klinkt… Begin je dan te verdiepen op elke manier die je mogelijk acht. Ga googlen of in naslagwerken zoeken om voedingsmiddelen te vinden die rechtstreeks in vitamine C, vitamine K2, magnesium en minder belangrijke mineralen zoals boor en silica zitten. Silica is belangrijk voor botten. Bedenk ook dat depressie vele oorzaken heeft. Soms kan de oorzaak voedingstekorten zijn en soms kan depressie het gevolg zijn van beknelling in een ongezonde gezinsdynamiek. Controversieel zou ik ook zeggen dat depressie ook een geestelijke oorsprong kan hebben.

Maar als de tijd van wezenlijk belang is, dan is suppletie een route die kan worden gevolgd. Terwijl de medische beroepen calcium en fosomax aanvullen, zou naar mijn mening een meer constructieve suppletie kunnen bestaan ​​uit vitamine C, vitamine K2, vitamine D3 (in de wintermaanden, zon in de zomer) en boor, silica en magnesium. Deze zijn veel belangrijker om fracturen te voorkomen en bot gezond te houden dan calcium.

Calcium komt uiteindelijk terecht in de spieren van het hart, de hartkleppen en de bloedvaten, wat leidt tot hart- en vaatziekten. Als je echter voldoende vitamine C, D3 en K2 krijgt, zal je lichaam het calcium dat je binnenkrijgt uit het voedsel leiden naar waar het thuishoort, niet naar het hart en de bloedvaten.

Vitamine C doet verschillende dingen om botten te versterken

  • Het mineraliseert het bot en stimuleert de groei van botvormende cellen
  • Voorkomt te veel afbraak van bot door botabsorberende cellen te remmen.
  • Dempt oxidatieve stress, wat veroudering is.
  • Is essentieel bij de synthese van collageen.

Als vitamine C laag is, gebeurt precies het tegenovergestelde. Botcellen die bot afbreken, octeoclasten genaamd, prolifereren, en botcellen die mineraal en nieuw bot afbreken, osteoblasten genaamd, worden niet gevormd.

Studies hebben aangetoond dat oudere patiënten die botbreuken hadden, significant lagere vitamine C-waarden in hun bloed hadden dan degenen die niet gebroken waren. [1] Botmineraaldichtheid – wat de tests meten, is hoger bij degenen die vitamine C gebruiken, onafhankelijk van de oestrogeenspiegel. [2], [3]

Vitamine K2 is bij voedingskundigen bekend als belangrijk voor de gezondheid van hart en bloedvaten en botten. Dit aanvullen is een goed idee als bot- of hartproblemen een probleem zijn.

En natuurlijk helpt de goede oude vitamine D3 met een gehalte van 50-70 mg / ml het immuunsysteem goed te laten functioneren en de botten sterk.

Dit lijkt misschien veel supplementen, en het zou natuurlijk wenselijk zijn om zoveel mogelijk uit voeding te bekomen. Maar het lijkt mij in geval van nood een inspanning die de moeite waard is en die veel meer zal bekomen dan de botten sterk maken. Mocht je gaan kijken naar de gemiddelde inname van Vitamine C in de gemiddelde voeding, ligt dat behoorlijk beneden de optimale aanbevelingen. Hoe is het mogelijk om voldoende vitamine C binnen te krijgen met alleen voeding? Daar zijn we dan weer met vers fruit. Ik kan er niet omheen. Aangevuld met bladgroenten en kruiden, hebben we daar de basis van de voeding. Houd rekening met de giftige belastingen die we allemaal hebben, zelfs met de meest ongerepte voeding, en je begrijpt dat we meer vitamine C nodig hebben dan onze voorouders. Het klassieke advies voor volwassenen is om 2-5 gram natriumascorbaat per dag als supplement in te nemen. Raadpleeg eerst je arts als je actieve nierstenen of een nierziekte hebt. Maar weet dat fruit veel meer heeft dan alleen maar vitamine C en dat alle testen laten zien dat de vitamine C langs alle kanten wordt aangevuld door volwaardige voeding.

Mensen, apen en cavia’s maken geen vitamine C. Hierdoor moeten we in de voeding een bron van vitamine C hebben. Katten die slechts ongeveer 5-6 kg wegen, synthetiseren meer dan 15 keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine C voor mensen. Geiten zijn ongeveer zo groot als een volwassen mens en zonder stress synthetiseren ze 13 gram per dag. Onder stress kan het oplopen tot 100 gr. Wees niet bang om vitamine C in te nemen. Het is een van de onschuldigste niet-giftige en veilige supplementen die we kennen. Gebruik natriumascorbaat of ascorbinezuur. Als je de voorkeur geeft aan een natuurlijke, plantaardige bron, werd camu camu gepromoot omdat het rijk aan vitamine C is. De oogst vormt echter een bedreiging voor het regenwoud, dus dat advies moet met voorzichtigheid worden geuit.

Referenties

Afscheid van…

Voor sommige mensen is 1/2 + 1/2 = 1. Dat kan kloppen, maar wij hebben ons daarin vergist, want een half leven hier en een half leven ginder, is geen heel leven…

Daarom is het met gemengde gevoelens dat ik deze brief schrijf en dat morgen een punt wordt gezet achter een beslissing die we een jaar geleden genomen hebben, om één van die levens op te geven, zodat we ons terug met een heel hart in kunnen zetten voor wat ons zo dierbaar is, een spreekbuis zijn voor het groene leven. Is dat nodig? Zeker. Vooral als ik zie hoe de wereld weer een stuk meer gemedicaliseerd wordt en hoe controle dreigt over dat beetje kostbaar verworven vrijheid… en ik zie zo weinig mensen zelf persoonlijke en verantwoordelijke actie nemen, en ik hoor zo weinig andere stemmen dan druk en spanning en angst… Ziekte wordt nog teveel gezien als iets dat ons overkomt. Je hebt pech gehad… het verkeerde lotje getrokken. Waarschijnlijk was ikzelf één van die mensen die tegenslag had gehad. Maar het kan veranderen. Dat is de boodschap waar we graag willen voor gaan: echt leven, echt voedsel, echt plezier, echt lachen, echt ontspannen, gerust slapen, ongedwongen genieten van beweging, van samen zijn, zingen en momenten van bezinning, herbronning…

Vier jaar hebben we het leven gadegeslagen vanop onze berg. Uitkijkend over de vallei van de riu Senia en de riu Cervol, tot aan de bergketen van Els Ports, laten we prachtige herinneringen achter. Heerlijke wandelingen, nieuwe plekjes ontdekken, wonderbare natuurfenomenen opzoeken… Het heeft ons dichter gebracht bij de Schepper, die we zien als een Kunstenaar die met wijsheid en kracht te werk is gegaan bij de ordening van de natuur, het creëren van symbiose, levensdrang, overlevingskracht… De voorbije week was het weer prachtig – een zomergevoel, begin november. De olijven staan rijp voor de oogst en we hopen dat wie na ons komt, daar goed gebruik zal van maken.

Bedankt voor al diegenen die ons hier in de afgelopen jaren hebben bezocht en een paar dagen met ons hebben doorgebracht… Daarvoor hebben we het gedaan.

De Roca Foradasa, met een prachtige doorkijkrots die uitkijkt op de zee en de bergen…

Stress en angst en Covid-19

Stress en angst als doodsoorzaak bij ouderen

In een artikel in De Tijd van 12 oktober 2020 wijst dr. Carla Peeters, immunoloog, op het feit dat de coronamaatregelen zelf oorzaak zijn van meer overlijdens bij ouderen omwille van de stress en de angst die ze bij deze leeftijdsgroep veroorzaken.  

Uit de tekst onthouden we:

“De grootste risicogroep voor COVID-19 zijn oudere mensen in verpleeghuizen. Opnieuw zijn maatregelen doorgevoerd met beperkte toegang van familieleden, minder mogelijkheden om vrij te bewegen of buiten het verpleeghuis te komen. Alleen al het contact met anderen die gekleed zijn in beschermende plastic kleding met mondmaskers en handschoenen kunnen de stress en angst van mensen met dementie verhogen. Vele ouderen maken vanwege een afnemend gehoor in belangrijke mate gebruik van liplezen en non-verbale communicatie om te begrijpen waar het over gaat. Met het gebruik van mondkapjes kunnen zij familie en zorgpersoneel minder goed begrijpen. Hun gevoel van onzekerheid, onbegrip en isolement kan daardoor verder toenemen.

Stress en angst zijn voor mensen met dementie zonder coronacrisis al belangrijke factoren die het verloop van de ziekte kunnen verergeren. Psychologische stress is een bewezen factor die het immuunsysteem verzwakt waardoor ziekten kunnen ontstaan zoals, depressie, hart- en vaatziekten en kanker. In 1991 werd al aangetoond dat psychologische stress de kans op bovenste luchtweginfecties sterk verhoogt, zelfs bij jongeren. Ook sociale isolatie draagt bij aan een grotere kans op bovenste luchtweginfecties. Een onderzoek bij 65-jarigen of ouder van Kaiser Permanente Foundation van 21 augustus jl. toont dat 47 % van de ondervraagden stress ervaarden of zich zorgen maken gerelateerd aan het coronavirus met een negatieve impact op hun geestelijke gezondheid. Ook hebben verschillende studies aangetoond dat het gebruik van antidepressiva en opiaten ten gevolge van de pandemie fors is toegenomen. De coronacrisis heeft bij familieleden en zorgpersoneel door de beperkte mogelijkheden om het welbevinden en geluk van kwetsbare zorgbehoevende mensen te bevorderen een traumatische ervaring met een gevoel van schuld, spijt en verdriet veroorzaakt.”

Bron : e-prikje / oktober 2020

Zijn het de Koolhydraten?

Koolhydraten krijgen vaak de slechte beoordeling van dikmakend te zijn. Nochtans ken ik honderden mensen die 60-70% van hun calorieën halen uit koolhydraten, en dat zijn allemaal slanke, atletische mensen.

In vorige brief maakten we al kritische kanttekeningen tegen de Low-Carb-beweging en bespraken de (on)geldigheid van hun uitspraken. In dit nummer benaderen we hun derde piste waardoor ze koolhydraten verdenken dik makend te zijn…

Koolhydraten, maar meer specifiek geraffineerde koolhydraten , veroorzaken vetopstapeling door de insuline te verhogen ?

Ik heb al aangetoond dat het geen zin heeft insuline op te roepen als een mechanisme tussen koolhydraatconsumptie en lichaamsvet. Een ander probleem met de hypothese is iets dat de insulinogene index (II) wordt genoemd. De II is gewoon een maatstaf voor hoeveel het eten van een voedingsmiddel insuline verhoogt, per eenheid calorie. Het blijkt dat het niet zo goed overeenkomt met het koolhydraatgehalte van een levensmiddel. Met name eiwitrijk voedsel zoals rundvlees kan de insulinesecretie even sterk verhogen als bepaalde zetmeelproducten zoals pasta of meer. Eiwitrijke diëten, zoals velen weten, helpen bij het afvallen. Sommigen hebben gesuggereerd dat dit komt door de afgifte van glucagon door de alvleesklier als reactie op eiwit. Dat speelt misschien een rol, maar als we glucagon gaan aanroepen, erkennen we dan niet dat naast insuline ook andere signalen een belangrijke rol spelen in dit proces? Dat is het grotere punt dat ik probeer te maken – je kunt niet alleen naar insuline kijken, je moet rekening houden met amylin, glucagon, GLP-1, ghreline, leptine, maagzwelling en al het andere korte en lange -termijn signalen die worden geactiveerd als reactie op de opname van voedingsstoffen en veranderingen in lichaamsvetmassa. Deze reguleren gezamenlijk de voedselopname en lichaamsvet op de lange termijn via de hersenen.

Het andere probleem is dat geraffineerde en ongeraffineerde koolhydraten vaak een vergelijkbare II hebben. Pasta gemaakt van witte en volkoren tarwe hebben dezelfde II, en hetzelfde geldt voor wit en volkoren brood. Donuts en koekjes zijn vergelijkbaar met volkorenbrood. Insuline na de maaltijd is dus geen overtuigende verklaring voor de mogelijk verschillende effecten van proteïne, ongeraffineerde koolhydraten, geraffineerde koolhydraten en suiker op lichaamsvet.

Ik denk dat het waarschijnlijk is dat geraffineerde koolhydraten en suiker kunnen bijdragen aan obesitas, maar door welk mechanisme? Insuline is geen dwingende verklaring. Maar laten we insuline even vergeten. Laten we, zonder ons zorgen te maken over het mechanisme, eens kijken naar de hypothese dat de consumptie van koolhydraten op zich de accumulatie van lichaamsvet veroorzaakt. Op dit punt weet ik dat sommige mensen zullen volhouden dat Taubes het specifiek heeft over geraffineerde koolhydraten, niet over koolhydraten in het algemeen. Taubes suggereert herhaaldelijk in GCBC dat alle koolhydraten dikmakend zijn, hoewel geraffineerde koolhydraten meer dikmakend zijn. Waarom zou hij anders schrijven “… koolhydraten, en in het bijzonder geraffineerde koolhydraten … zijn de ultieme oorzaak van veel voorkomende obesitas”, in plaats van simpelweg te zeggen “… geraffineerde koolhydraten … zijn de ultieme oorzaak van veel voorkomende obesitas”? Deze formulering, die overal in de CGBC wordt gebruikt, impliceert dat alle koolhydraten tot op zekere hoogte vetmesters zijn. Er is ook het voorbeeld in GCBC van de Massai-stam die gewicht winnen op ongeraffineerde sorghum.

Als Taubes niet denkt dat ongeraffineerde koolhydraten vetmesters zijn, waarom beveelt hij dan een koolhydraatarm dieet aan in plaats van te suggereren dat mensen geraffineerde koolhydraten vervangen door ongeraffineerde koolhydraten?

Om deze hypothese aan te pakken, gaan we enkele culturen opzoeken die een hoge koolhydraatinname hebben en kijken hoe vet ze zijn. Laten we beginnen met een cultuur die meer koolhydraten eet dan alle andere die ik ken: de hooglandstam van Nieuw-Guinea bij Tukisenta die in de jaren zestig en zeventig uitgebreid werd bestudeerd. Ze aten 94 procent van hun calorieën als koolhydraten, voornamelijk uit zoete aardappelen, voor een totale calorie-inname van 2.300 kcal / dag bij mannen en 1.770 kcal / dag bij vrouwen. Onderzoekers ontdekten dat ze fit, slank en gespierd waren, zonder tekenen van eiwitgebrek (Trowell en Burkitt. ​​Western Diseases. 1981).

In het Westelijke Nijl-district in Oeganda, jaren ’40. bestond het dieet uit gierst, cassave, maïs, linzen, pinda’s, bananen en groenten (Trowell en Burkitt. ​​Western Diseases. 1981). Ondanks de overvloed aan voedsel “was het in de jaren veertig vrij ongebruikelijk om een ​​obese man of vrouw te zien”. “In de afgelopen jaren is een behoorlijk aantal West-Nijl-vrouwen van middelbare leeftijd er echter behoorlijk dik uit gaan zien, en sommige mannen zijn erg zwaarlijvig geworden, vooral degenen die lucratieve posten hebben en alles kunnen kopen wat ze maar willen.” Dit kwam overeen met een toename van “suiker, bakoliën, melk, vis en vlees” en een overeenkomstige afname van “zelf gekweekt zetmeelrijk basisvoedsel”. Ditzelfde scenario is gebeurd met honderden, zo niet duizenden Afrikaanse gemeenschappen wier traditionele diëten zeer veel koolhydraten bevatten.

Noordelijk Kameroen, 1980s.  De Massai stam is gekend voor zijn overvoedingen-ritueel onder de naam Guru Walla, dat door Taubes wordt beschreven  in GCBC:

De Massai-stam in het noorden van Kameroen vetmest hun mannetjes met zowel melk als een pap gemaakt van sorghum, een maïsachtige korrel die zoete siroop van de stengel levert. Een man is vijfendertig kg aangekomen tijdens een ceremoniële eetbui. De gemiddelde gewichtstoename is meestal zes tot tien kg met melk en pap. De Massai zijn veehoeders en hun hoofdvoedsel bestaat voornamelijk uit melk. Deze vetmesting komt vrijwel uitsluitend tot stand door toevoeging van koolhydraten (sorghum).

Taubes stelt hier dat het typische dieet ‘voornamelijk melk’ is, en dus per conclusie arm aan koolhydraten. Laten we zijn referentie volgen en kijken wat er staat. Het leidt tot een vrij toegankelijke paper van Drs. Igor de Garine en Georgius J.A. Koppert getiteld “Guru Fattening Sessions Among the Massa” (30). De Massa’s hoeden inderdaad vee, maar “hun voornaamste gebruik is niet als voedsel.” Het typische dieet (niet tijdens overvoeding) wordt beschreven als een dieet dat 516 gram koolhydraten per dag bevat en slechts 32 gram vet (tabel VIII). Het typische dieet is volgens zijn referentie 81% koolhydraten en voornamelijk gebaseerd op sorghum. Dit verslag komt overeen met andere vrij toegankelijke referenties in gerespecteerde peer-reviewed tijdschriften (31). Deze mensen leunen op hun typische koolhydraatrijke gerechten totdat ze opzettelijk een mengsel van sorghum en melk consumeren.

Het grootste deel van Azië, 20e eeuw. Veel Aziatische landen, waaronder China, Japan, Taiwan en India, hebben een traditioneel dieet met veel koolhydraten. In veel gevallen was het dominante koolhydraat witte rijst, een geraffineerd koolhydraat. Toch stonden traditionele Japanners, Chinezen en Zuid-Indiërs die voornamelijk witte rijst aten, bekend om hun lage gewicht. Elke plausibele hypothese van obesitas moet met deze observaties rekening houden.

Kitava, jaren 90. Dr. Staffan Lindeberg toonde aan dat het Kitavan-dieet voor 69% uit koolhydraten bestaat, voornamelijk uit taro, broodvrucht, zoete aardappelen en cassave (32). Hun dieet zou dus een hoge glycemische lading en een hoge II hebben gehad. Ze halen ook 50 g / dag koolhydraten uit fruit, waarvan de meeste vermoedelijk suiker (ongeraffineerd) zou zijn. Toch was er geen zwaarlijvigheid op het eiland, en slechts een paar personen met licht overgewicht. Nuchter seruminsuline was laag, in overeenstemming met andere culturen met veel koolhydraten. Dieetkoolhydraten veroorzaken geen insulineresistentie.

Ik hoop dat je inmiddels kunt zien dat de koolhydraathypothese van obesitas niet alleen op een aantal niveaus onjuist is, maar zelfs achterlijk. De reden waarom obesitas- en metabolismeonderzoekers dit idee doorgaans niet onderschrijven, is dat het wordt tegengesproken door een grote hoeveelheid bewijs uit meerdere velden. Ik begrijp dat mensen houden van ideeën die “conventionele wijsheid uitdagen”, maar het feit is dat zwaarlijvigheid een complexe toestand is en dat het niet in simplistische hypothesen zal worden gesmeten.

De consumptie van koolhydraten op zich is niet de oorzaak van de obesitas-epidemie. Echter, zodra overgewicht of obesitas is vastgesteld, kan koolhydraatbeperking bij sommige mensen het vetverlies helpen. Het mechanisme waardoor dit gebeurt, is niet helemaal duidelijk, maar er is geen bewijs dat insuline een causale rol speelt in dit proces. Koolhydraatbeperking vermindert spontaan de calorie-inname (net als vetbeperking in mindere mate), wat de mogelijkheid suggereert dat het de homeostase van lichaamsvet verandert, maar er is geen overtuigend bewijs dat dit gebeurt door een hormonale invloed op het vetweefsel zelf. De hersenen zijn de belangrijkste homeostatische regulator van de vetmassa, net zoals het homeostatisch de bloeddruk, ademhalingssnelheid en lichaamstemperatuur reguleert. Dit wordt vermoed sinds de vroege onderzoeken naar hersenletsel van de jaren veertig en zelfs daarvoor, en de ontdekking van leptine in 1994 versterkte de rol van leptine als de belangrijkste speler in de homeostase van lichaamsvet. In sommige gevallen kan het instelpunt waarrond het lichaam deze variabelen verdedigt, worden gewijzigd (bijv. Hypertensie, koorts en obesitas).

Mijn suggestie is om de boodschap van Patrick Geryl te volgen in Slank en Gezond, en in de eerste plaats aandacht te geven aan Levend Voedsel, met zijn natuurlijke enzymen en afstand te doen van industriële producten. Ook de toepassing van de juiste voedselcombinaties is een punt.

Corona Nu

Het valt te betreuren dat er geen journalisten meer zijn, maar dat men tevreden is met het napraten van wat de algemene teneur is. Mensen die kritische kanttekeningen maken, worden scheef bekeken, afgeschilderd als complotdenkers of verspreiders van Fake News.
Vandaag verstuurde Dr. Kris Gaublomme de link voor het nieuwste Prikje. Zoals altijd, een waardevol naslagwerk, waarin de feiten en fictie van elkaar worden gescheiden, en waar de balans wordt opgemaakt van waar we nu staan. Is er een probleem? Dat is er. Maar het dramatische is dat er niets aan de oorzaak wordt gedaan, dat de lippen stijf op elkaar blijven en niemand spreekt over de beschermingsmaatregelen – andere dan social distancing en mondkapjes.

Dr. Gaublomme bespreekt de risicogroepen, waarvan hij zegt: “Het bizarre aan de covid epidemie is dat enerzijds de meeste besmette personen niet tot nauwelijks ziek worden, maar anderzijds een minderheid er het leven bij inschiet.  Het risico op ziekte en overlijden is dus niet gebonden aan de infectie op zich maar aan bepaalde kenmerken van de besmette persoon.  In Italië bleek dat 99% van de overledenen een onderliggend organisch lijden hadden, en een derde zelfs 3 of meer onderliggende aandoeningen.  Op basis daarvan werden risicogroepen opgesomd.  Hoge leeftijd werd bestempeld als een risico, evenals zwaarlijvigheid, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, astma en diabetes.  Intussen werd een verhoogd risico bij astmapatiënten onder inhalatiecorticosteroïden overigens reeds tegengesproken.

Het oplijsten van deze risicogroepen gaat helaas voorbij aan de vraag WAAROM deze groepen een hoger risico dragen op complicaties en overlijden.  Dit is nochtans de kern van de zaak.  Het antwoord is ons inziens vrij simpel en logisch: niet de toestand op zich is het probleem, maar de redenen waarom iemand in dergelijke toestand geraakt is, namelijk een ongezonde levenswijze.  Te veel en ongezonde voeding en drank, en te weinig lichaamsbeweging leiden inderdaad tot zwaarlijvigheid, hoge bloeddruk en stress.  Dit ondermijnt het immuunsysteem dat dan ook niet meer adequaat kan reageren op een nieuwe uitdaging zoals Covid-19.  Leeftijd op zich is niet het probleem want zelfs sommige hoogbejaarden werden amper ziek na besmetting, of overleefden de infectie.

Het aantal dodelijke slachtoffers concentreerde zich in meerdere landen in bepaalde gebieden.  Vraag is wat het risico in die gebieden dermate verhoogde dat het aantal slachtoffers beduidend toenam.

Een aantal daarvan springen in het oog.

  • Hoge leeftijd.  De meeste dodelijke slachtoffers zijn inderdaad 70+ers.  Anderzijds is het een feit dat sommige hoogbejaarden (90+) amper ziek werden, of de complicaties van de infectie overleefden.  In zijn studie vond Lisewski(externe link) geen duidelijk verband tussen een hoge leeftijd en een risico op infectie.  Het is dus niet de leeftijd op zich die het risico uitmaakt, maar de verhoogde kans dat op hoge leeftijd een van de hieronder beschreven risico’s aanwezig zijn.
  • Onderliggende ziekten.  Een studie(externe link) van de Italiaanse overheid bracht aan het licht dat 99% van de dodelijke slachtoffers reeds kampten met medische problemen.  50% van de slachtoffers had zelfs minstens drie verschillende aandoeningen.  Deze onderliggende ziekten zijn op zich wellicht reeds een uiting van een verzwakt immuunsysteem.
  • Roken.  De longen van rokers zijn chronisch overprikkeld en dus veel vatbaarder voor infecties.  Stoppen met roken is dus altijd zeer zinvol, nu meer dan ooit.
  • Industrialisatie, luchtvervuiling en fijn stof.  De meest getroffen gebieden, waaronder Wuhan in China en Lombardije en Emilia-Romagna in Italië, blijken zwaar te kampen te hebben met hoge concentraties van fijn stof in de lucht.  Dit fijn stof vormt op zich al een risico voor luchtweginfecties en hartproblemen.  Bovendien vormen deze deeltjes een soort nevel waaraan de virussen zich kunnen hechten en zo makkelijker verspreid raken.  Dat is alvast de conclusie van een aantal ernstige studies aan de universiteit van Bologna en Bari in Italië.  De Italiaanse vereniging voor omgevingsgeneeskunde SIMA bevestigt de hypothese.  Het aantal corona-infecties blijkt volgens professor Leonardo Setti overeen te stemmen met de graad van luchtverontreiniging.  Daarmee is ook aangetoond dat verspreiding van de infectie niet alleen gebeurt van persoon tot persoon via speekseldruppeltjes, maar ook en zelfs vooral via minuscule partikeltjes in de lucht, aerosols genoemd.
  • Vaccinatie.  Vaccinaties in het algemeen leiden tot een minder efficiënt werkend afweersysteem. Heeft het vaccin tegen de gewone seizoensgriep een nefaste invloed op het risico op een corona-infectie?  Blijkbaar wel. Griepvaccinatie in het bijzonder blijkt een bijkomend risico te vormen, om verschillende redenen, aldus Lisewski(externe link).  Hij verklaart dit als volgt.  Ten eerste leidt het doormaken van een natuurlijke infectie, zoals griep, tot een verhoging van de niet-specifieke immuniteit.  Dit voordeel gaat verloren na griepvaccinatie.  Ten tweede verhoogt griepvaccinatie het risico op infectie door andere virussen die niet in het vaccin zitten.  Dit fenomeen staat bekend als vaccin-geassocieerde virusinterferentie.  Niet alleen dat: er bestaat ook een kruisreactie tussen influenza A griepvirussen en SARS-CoV-2.  Antistoffen tegen influenza A of SARS-CoV-2 die aanwezig zijn op het moment van infectie kunnen juist voor een versterkting van de infectie leiden na besmetting met het coronavirus.  Dat komt doordat men dan te maken heeft met de foute antistoffen, namelijk bindende antistoffen, niet met de neutraliserende antistoffen die het virus kunnen helpen uitschakelen.  Dit fenomeen heet antilichaam-afhankelijke versterking(externe link).  De aanwezigheid van de antistoffen versterkt juist de opname van het virus in de cellen, en de vermenigvuldiging ervan in die cellen.  Uit een studie in het januarinummer van het bekende tijdschrift Vaccine blijkt dat Amerikaanse militairen die gevaccineerd waren tegen de seizoensgriep 36% meer risico lopen op een infectie met corona.  Ondanks het feit dat deze bevindingen, gepubliceerd in een gerenomeerd tijdschrift, bekend waren bij de Amerikaanse legeroverheid adviseerden ze hun veteranen zich te laten inenten tegen de griep…  

Het aantal infecties en overlijdens in en rond Bergamo(externe link), regio Lombardije, lag verrassend hoog.  Kan dit iets te maken hebben met de lokale vaccinatiepolitiek? Naast de algemene verplichte 11 vaccins in Italië werden in Lombardije bijzondere inspanningen geleverd om de bevolking in te enten tegen de griep.  In 2018 werden 141.000 dosissen griepvaccin toegediend, waarvan 129.000 bij 65+ers; de vaccinatiegraad bedroeg 56,2%.   Ook in 2019 lagen de cijfers zeer hoog.  Daarbij komt nog de vaccinatie tegen pneumokokken, vooral bij oudere mensen.  En laat dat nu net de groep zijn die het zwaarst getroffen wordt. 

De combinatie van het griepvaccin Influvac(externe link) met andere vaccins kan het risico op nevenwerkingen verhogen, zoals toegegeven door de producent.

Wat gebeurt er wanneer je antigenen van drie tot zes griepvirussen toedient tegelijk met dertien tot drieëntwintig antigenen tegen de pneumokok? Wat als je dit toedient aan een persoon met een chronische aandoening, een onderliggend lijden, een zwak immuunsysteem?  Een explosief mengsel! Op 5 januari 2020 werden in Bergamo 3.511 personen in twee dagen tijd bovenop deze vaccins ook nog eens gevaccineerd tegen meningokokken C(externe link) , en een uitbreiding(externe link) van deze vaccinaties in 20 steden en gemeenten in het getroffen gebied werd voorzien.  Deze vaccinaties gingen door tot eind februari 2020.  Toen werd ook nog het hepatitis A vaccin toegevoegd voor een beperkte groep.  

Wat bleef er nog over van de immuniteit van de bevolking rond Bergamo na een dergelijke aanval op hun immuunsysteem?

Is het niet opvallend dat precies in Frankrijk en Italië, de landen met een algemene verplichting tot respectievelijk 10 en 11 vaccins, het dodental het felst oploopt?  Ook worden artsen in Italië en Spanje verplicht gevaccineerd tegen de griep om te mogen werken in een ziekenhuis.  Heeft dit te maken met het relatief hoge aantal overlijdens in deze beroepsgroep? 

  • Medicatie.  Alle medicatie die het immuunsysteem onderdrukt is dus een risicofactor: kankerbehandeling of immunosuppresiva voor de behandeling van reuma en dergelijke, maar ook antibiotica.  Een factor die in Spanje een rol kan hebben gespeeld is de overconsumptie aan antibiotica.  Het is geen geheim dat antibiotica in dit land als zoetebroodjes over de toog gaan en veel te vaak worden gebruikt.

Ook bij ons worden, alle waarschuwingen ten spijt, nog steeds antibiotica voorgeschreven voor virale infecties of milde bacteriële infecties.  Is het huidige sterftecijfer de tol die men hiervoor betaalt?

Het stemt tot nadenken. Maar er moet een verschil zijn in de levenswijze en voeding. Dit en veel meer vind je terug in  e-Prikje, editie oktober 2020

Klik hier om de online versie te bekijken

Koolhydraten maken niet dik

De Koolhydraat-hypothese van Obesitas kritisch bekeken

De plaats van koolhydraten is één van de meest onbegrepen onderdelen van de menselijke voeding. Sommigen blijven angstvallig de knip houden op koolhydraten. Geheel in contrast daarmee staat Dr.Douglas Graham die aangeeft dat 80% van de calorieën zouden moeten voortkomen uit koolhydraten. En dan blijft er maar 20% meer over voor vetten en eiwitten… Had je de laatste Natuur&Gezondheid goed gelezen? Daarin stonden de Eiwitten centraal. Dat is op zijn minst al één onderdeel waar je nu ongeveer alles over weet. Vandaar dit artikel om ook iets meer over Koolhydraten te weten, althans over de relatie met obesitas. In 2011 schreef Stephan Guyenet (ontwerper van de Glycemische Index) het volgende : Je hebt dus de informatie rechtstreeks uit de hand van iemand die zelf de basis legde voor een systeem waar bijna iedereen een probleem mee heeft !
“Om te beginnen wil ik benadrukken dat koolhydraatbeperking (m.n. industriële geraffineerde koolhydraten en suiker) veel mensen heeft geholpen lichaamsvet te verliezen en hun metabolische gezondheid te verbeteren. Hoewel het niet voor iedereen werkt, lijdt het geen twijfel dat koolhydraatbeperking vetverlies veroorzaakt bij veel, misschien zelfs de meeste zwaarlijvige mensen. Voor een subgroep kunnen de resultaten indrukwekkend zijn. Ik beschouw dat op dit moment als een feit, maar dat is niet wat ik hier zal bespreken.
Wat ik wil bespreken, is een hypothese. Het is het idee, verdedigd door Gary Taubes, dat koolhydraten (met name geraffineerde koolhydraten) de belangrijkste oorzaak zijn van veel voorkomende obesitas vanwege het vermogen om insuline te verhogen, waardoor een verhoogde vetopslag in vetcellen wordt veroorzaakt. Om aan te tonen dat ik deze hypothese nauwkeurig weergeef, is hier een citaat uit zijn boek Good Calories, Bad Calories:

“Deze alternatieve hypothese van obesitas vormt drie verschillende stellingen. Ten eerste,  is de stelling dat zwaarlijvigheid wordt veroorzaakt door een regulerend defect in het vetmetabolisme, en dus een defect in de verdeling van energie in plaats van een onbalans in energie-inname en -uitgaven. De tweede is dat insuline een primaire rol speelt in dit vetmestingsproces en het compenserende gedrag van honger en lethargie. De derde is dat koolhydraten, en in het bijzonder geraffineerde koolhydraten en dus misschien de hoeveelheid geconsumeerde suikers – de hoofdverdachten zijn bij de chronische verhoging van insuline; vandaar dat ze de ultieme oorzaak zijn van gewone obesitas.

Er zijn drie invalshoeken in deze theorie en die moeten we elk afzonderlijk bekijken.

  1. Een Defect in het Vet-metabolisme? 

Het eerste deel van deze hypothese stelt dat energiebalans niet de ultieme oorzaak is van vetopslag, maar de proximale oorzaak. Dat wil zeggen, Taubes is het niet oneens met de eerste wet van de thermodynamica: hij begrijpt dat vetophoping afhangt van hoeveel energie het lichaam binnenkomt of verlaat. Hij is echter van mening dat de hele geïndustrialiseerde wereld niet zomaar op een ochtend wakker werd en besloot om meer calorieën te eten, daarom moet er iets zijn dat het verhoogde calorieverbruik aandrijft.

Hij citeert het onderzoek van Drs. Jules Hirsch en Rudy Leibel, verschillende onderzoeken naar ondervoeding en overvoeding, lipectomieonderzoeken en bewijs van genetisch zwaarlijvige knaagdieren, om aan te tonen dat lichaamsvet biologisch wordt gereguleerd en niet het passieve resultaat is van vrijwillige voedselinname en bewegingsgedrag. Vervolgens brengt hij het idee naar voren dat het een wijziging is in dit reguleringssysteem voor lichaamsvet dat achter obesitas zit. 

Dit is waar hij de leptinesignalering had moeten noemen, en de circuits in de hersenen die de lichaamsvetmassa reguleren, wat het boek in een meer dwingende richting zou hebben geleid. Volgens letterlijk duizenden publicaties die bijna twee eeuwen beslaan, zijn de hersenen het enige orgaan waarvan bekend is dat het de lichaamsvetmassa bij mensen en andere dieren reguleert – noch het vetweefsel zelf, noch de insuline-uitscheidende alvleesklier hebben het vermogen om lichaamsvet te reguleren; massa voor zover we momenteel weten. Leptine is het systeem dat Drs. Jules Hirsch en Rudy Leibel in zorgvuldig gecontroleerde studies bij mensen hebben aangetoond dat het verantwoordelijk is voor het metabole defect waarop Taubes zinspeelde. Het is ook het systeem dat is gemuteerd in de genetisch zwaarlijvige knaagdieren die hij bespreekt. Toch krijgt het geen vermelding in het boek. Dit is een splitsing in de weg, waar Taubes een solide hypothese verwerpt ten gunste van een wankele. 

Maar ik zou daar de factor enzymen willen aan toevoegen. Hoewel het geen wetenschappelijke verklaring daarvoor geeft, bood het boek van Patrick Geryl ‘Slank en Gezond” een succesvolle formule om meer lichaamsvet te verliezen. Niet door minder koolhydraten te eten, maar door levende voeding te gebruiken en correct te combineren. Dit volgt het pad van meer enzymen en daarom meer regulerende kracht en praktische gebruiksondersteuning van de gebruikte calorieën, naast een verhoging van de natuurlijke vezels en een activatie van de darmbeweging, herstel van het microbioom…

2. De Rol van Insuline in de Vet-opslag

Insuline heeft veel functies in het lichaam. De primaire rol van insuline is het beheersen van circulerende concentraties van voedingsstoffen (voornamelijk glucose, aminozuren en vetzuren, de drie belangrijkste brandstoffen van het lichaam), ze binnen een optimaal bereik te houden en de verschuiving tussen metabolische brandstoffen te coördineren die nodig is wanneer een persoon verbruikt meer van de een of de ander. Elke keer dat insuline de vetverbranding onderdrukt, verhoogt het de verbranding van koolhydraten en/of eiwitten met een gelijkwaardige hoeveelheid. Dat is wat insuline doet.

Insuline heeft een aantal effecten op vet en weefsels die de opslag van vet bevorderen en de vetverbranding onderdrukken, en dit is de kern van het fundamentele argument van Taubes ter ondersteuning van het idee dat insuline vetophoping veroorzaakt. Sommige van deze acties worden al tientallen jaren erkend. Het idee van Taubes is zo eenvoudig dat je zou denken dat iemand er al aan had gedacht. In feite bestaat het idee al een hele tijd, maar het heeft weinig grip bij obesitasonderzoekers, omdat het niet past bij een verscheidenheid aan basiswaarnemingen, zoals ik zal uitleggen.

De reden dat insuline de vetverbranding onderdrukt, is omdat het een signaal is van een overvloed aan glucose. Het vertelt weefsels dat ze moeten stoppen met vetverbranding, omdat koolhydraten de beschikbare brandstof is. Als je een maaltijd eet van 500 calorieën koolhydraten, dan verbrand je die koolhydraten onder leiding van insuline, wat er ook voor zorgt dat lichaamsvet tijdens het proces grotendeels in je vetcellen blijft. Als je een maaltijd met 500 calorieën vet eet, verbrand je vet in plaats van koolhydraten, maar omdat je alleen maar vet at, duik je niet meer in je lichaamsvetopslag dan toen je koolhydraten at. Dus ook al onderdrukt insuline tijdelijk de vetverbranding en het vrijkomen van vet uit vetcellen als je koolhydraten eet, aan het eind van de dag, als je hetzelfde aantal calorieën eet, krijg je hoe dan ook dezelfde hoeveelheid vet in je vetcellen. Je  weet nu meer over insuline dan veel populaire dieetgoeroes.

Omdat de eerste wet van de thermodynamica van toepassing is op mensen, moet insuline om vetgroei te veroorzaken ofwel de energie-inname verhogen, het energieverbruik verlagen, of beide. Eens kijken of dat waar is.

Laten we kijken naar het effect van insuline op voedselinname. Laten we, om het zo realistisch mogelijk te houden, verzadiging en daaropvolgende voedselinname vergelijken met voedingsmiddelen die in verschillende mate insuline verhogen. Als calorieën en eiwitten hetzelfde worden gehouden, veroorzaken maaltijden met veel koolhydraten evenveel of meer verzadiging dan maaltijden met een hoog vetgehalte en een gelijk of minder voedselinname, ondanks een veel grotere insulinerespons. Vanwege het insulinestimulerende effect van eiwitten kunnen koolhydraatarme eiwitrijke maaltijden soms de insuline in gelijke of grotere mate stimuleren dan koolhydraatrijke maaltijden, maar zelfs in deze gevallen wordt een hogere insulineafgifte geassocieerd met een verhoogde verzadiging. Experimenten waarbij onderzoekers vrijwilligers eiwitrijk voedsel geven dat insuline in verschillende mate stimuleert, laten zien dat de hoeveelheid verzadiging positief gecorreleerd is met de mate van insulineafgifte, wat niet consistent is met het idee dat insuline de voedselopname stimuleert. Op de lange termijn onderdrukken koolhydraatarme diëten de eetlust bij veel mensen met overgewicht / obesitas, maar het is onwaarschijnlijk dat dit verband houdt met insuline.

Als verhoogde insuline leidt tot verhoogde vetopslag en verhoogde voedselopname, dan zou experimenteel verhoging van insuline bij dieren dit moeten repliceren (aangezien insuline op dezelfde manier inwerkt op vetcellen bij mensen en niet-menselijke zoogdieren). Dit wordt echter niet in acht genomen. Insuline-injecties in een dosis die geen duidelijke hypoglykemie veroorzaken, verhogen de voedselinname niet en in sommige gevallen verminderen ze deze zelfs. Chronisch toenemende circulerende insuline zonder hypoglykemie te veroorzaken, vermindert de voedselopname en het lichaamsgewicht bij niet-diabetische dieren, zonder ziekte te veroorzaken, in tegenstelling tot wat dit idee zou voorspellen. Insuline beperkt in ieder geval de voedselopname en lichaamsvet, en uit onderzoek blijkt dat deze actie via de hersenen plaatsvindt. Insuline die in de hersenen van bavianen wordt ingebracht, veroorzaakt een onderdrukking van de eetlust en vetverlies, wat consistent is met het feit dat insuline en leptine overlappende functies in de hersenen hebben. Het uitschakelen van insulinereceptoren in de hersenen leidt tot een grotere vetmassa bij knaagdieren, wat suggereert dat de normale functie ervan een beperking van de vetmassa inhoudt. Insuline wordt ook samen met amyline uitgescheiden, dat de voedselopname en het lichaamsgewicht onderdrukt. Dit is de reden waarom insuline door sommige obesitasonderzoekers wordt beschouwd als een anti-obesitashormoon.

Laten we nu kijken naar het energieverbruik. Als insuline de vetophoping verhoogt als gevolg van een afname van het energieverbruik (waarschijnlijk omdat een verhoogde insuline het vet vasthoudt in vetcellen), dan zouden mensen met een hogere nuchtere insuline een lager energieverbruik in rust moeten hebben. Gelukkig voor ons is die hypothese getest. Ten minste twee onderzoeken hebben aangetoond dat een hogere nuchtere insuline geassocieerd is met een hoger energieverbruik in rust, onafhankelijk van lichaamsvet, niet een lager energieverbruik. Dit is in ieder geval het tegenovergestelde van wat de hypothese zou voorspellen. Hoe zit het met insulinepieken na de maaltijd als gevolg van het eten van koolhydraten? Een aantal onderzoeken heeft consequent aangetoond dat onder isocalorische gecontroleerde omstandigheden aanzienlijk verschillende koolhydraat: vetverhoudingen het energieverbruik niet meetbaar beïnvloeden, zelfs niet over lange perioden.

Daarom, als insuline de energie-inname niet verhoogt (als er iets is, de combinatie van insuline en amyline die de alvleesklier afgeeft als reactie op koolhydraten, verlaagt), en het energieverbruik niet verlaagt, hoe moet het dan precies energie-accumulatie veroorzaken? in het lichaam als vet?

Zwaarlijvige mensen zijn zwaarlijvig ondanks het feit dat ze een hogere nuchtere insuline hebben, niet daardoor. Het is een feit dat insulinepieken na maaltijden tijdelijk de vetafgifte uit vetcellen verminderen, maar als je kijkt naar de totale energiebalans van 24 uur, veroorzaken insulinepieken, in combinatie met alle andere hormonen die vrijkomen als reactie op voedselinname, geen vetaccumulatie. Dit is precies hoe je zou verwachten dat het systeem zou werken als het ontworpen was om constructief om te gaan met een verscheidenheid aan macronutriëntenverhoudingen, en dat is het ook. Net zoals cholesterol niet evolueerde om ons hartaanvallen te bezorgen, evolueerde insuline niet om ons dik te maken.

Laten we eens kijken naar de argumenten die worden gebruikt om de insulinehypothese van obesitas te ondersteunen. Deze omvatten:

  • Type I diabetici, die niet genoeg insuline produceren, verliezen vet.
  • Dieren zonder insulinereceptoren op vetcellen zijn resistent tegen vetaanwinst.
  • Insulinetherapie zorgt vaak voor vetgroei bij diabetici.
  • Herhaalde insuline-injectie op dezelfde plaats veroorzaakt vetophoping op die plaats (lipoom).
  • Twee medicijnen die de insulinesecretie onderdrukken, diazoxide en octreotide, veroorzaken soms gewichtsverlies in gecontroleerde onderzoeken.

Deze waarnemingen zijn nauwkeurig en in één oogopslag lijken ze de hypothese te ondersteunen. Het manipuleren van insulinesignalering kan de vetmassa veranderen, en zwaarlijvige mensen hebben een hogere insuline, dus het moet betrokken zijn bij obesitas, toch? Helaas vallen deze argumenten uit elkaar bij nader onderzoek, niet omdat ze gebaseerd zijn op onnauwkeurige waarnemingen, maar omdat ze niet relevant zijn voor gewone obesitas. Bij zwaarlijvigheid, zoals bij de meeste andere aandoeningen waarbij insuline hoog is, is verhoogde insuline een symptoom van insulineresistentie, en de twee treden parallel op. De alvleesklier scheidt meer insuline af omdat de weefsels het niet kunnen “horen”, dus hebben ze er meer insuline voor nodig. Hoe meer insulineresistentie, hoe meer insuline. Het belangrijkste punt hier is dat verhoogde insuline bij obesitas een compenserende reactie is op insulineresistentie, d.w.z. een verminderd insulinesignaal. De cellen zien niet meer insulinesignalering, omdat ze insulineresistent zijn, dus het heeft geen zin om een ​​verhoogde insulinewerking op te roepen om veel voorkomende obesitas te verklaren. Maar wat zit daarachter? In een eerder artikel over diabetes en zuivelgebruik wordt dat haarfijn uitgelegd. Dr. Neal Barnard ziet vooral kaas als een oorzaak van diabetes en insulineresistentie. 

De bovenstaande argumenten zijn gevallen waarin het insulinegehalte en / of de insulinegevoeligheid onafhankelijk van elkaar veranderen, hetzij door een pathologisch proces (auto-immuniteit van eilandjes), genetische manipulatie (knock-out van de vetcel-insulinereceptor), of door medicijnen. Dit is de reden waarom ze niet relevant zijn voor gewone zwaarlijvigheid, waarbij insulinespiegels en insulineresistentie parallel stijgen, zodat de totale insuline-actie gehandhaafd of verminderd wordt. Als we een experiment willen doen dat echt relevant is voor de vraag, kunnen we diermodellen gebruiken die genetisch zijn gemanipuleerd om de insulinegevoeligheid te behouden als reactie op vetmestende diëten, die zoals verwacht de toename van insuline elimineert die doorgaans wordt waargenomen bij deze diëten. Deze experimenten tonen aan dat de accumulatie van vetmassa niet consistent verschilt tussen dieren die een toename van insuline ervaren en dieren die dat niet doen – ze worden allemaal ongeveer even snel dik.

Naast wat ik zojuist heb uitgelegd, zijn zowel diazoxide als octreotide extreem niet-specifieke medicijnen die werken in de hypothalamus (hersenen) waarvan wordt verwacht dat ze de vetmassa beïnvloeden, dus we hebben eigenlijk geen idee of ze werken door het verminderen van circulerende insulinespiegels of via een ander mechanisme.

Het idee van vetvermeerdering bij met insuline behandelde diabetici is niet zo luchtdicht als het op het eerste gezicht lijkt. Diabetici krijgen gemiddeld wel vet als ze een insulinetherapie starten met kortwerkende insulines. Dit komt gedeeltelijk doordat insuline hen ervan weerhoudt glucose (glycosurie) uit te plassen tot een paar honderd calorieën per dag. Het komt ook doordat er niet genoeg insuline in de buurt is om de afgifte van vet uit vetcellen (lipolyse) te beperken, wat een van de taken van insuline is, zoals hierboven beschreven. Wanneer je dit (absoluut of relatief) insulinetekort corrigeert, zal een diabetespatiënt doorgaans in gewicht toenemen. Bovendien zijn kortwerkende insulines moeilijk onder controle te houden en veroorzaken ze vaak episodes waarin de glucosespiegel te laag daalt (hypoglykemie), wat een krachtige trigger is voor voedselinname en vetgroei.

Dus wat gebeurt er als je insuline toedient aan minder ernstige diabetici die niet veel glycosurie hebben, en je een type insuline gebruikt dat stabieler is in de bloedbaan en dus minder hypoglykemische episodes veroorzaakt? Dit werd onlangs aangepakt door de omvangrijke ORIGIN-proef. Onderzoekers hebben 12.537 diabetici of pre-diabetici gerandomiseerd naar insulinetherapie of behandeling zoals gewoonlijk, en volgden hen gedurende 6 jaar. De insulinegroep ontving insuline glargine, een vorm van langwerkende “basale” insuline die de basislijninsuline gedurende de dag en nacht verhoogt. In deze studie bracht insulinebehandeling nuchtere glucose gemiddeld van 125 naar 93 mg / dL, dus het was duidelijk een dosis die hoog genoeg was om zinvolle biologische effecten te hebben. Na 6 jaar van uiteenlopende insulinespiegels was het verschil in lichaamsgewicht slechts 2,1 kg, wat op zijn minst gedeeltelijk wordt verklaard door het feit dat de insulinegroep meer hypoglykemische episodes had en minder metformine (een diabetesmedicijn dat vetverlies). Uit een eerdere studie bleek dat drie verschillende soorten langwerkende insuline in drie maanden tijd eigenlijk een licht gewichtsverlies veroorzaakten. Dit is moeilijk te rijmen met het idee dat verhoogde nuchtere insuline zo dikmakend is als wordt beweerd.

Bij obesitas is vetweefsel insulineresistent. Het vetweefsel van zwaarlijvige mensen onderdrukt de afgifte van vetzuren als reactie op experimenteel verhoogde insuline of gemengde maaltijden niet zo effectief als het vetweefsel van een magere persoon. In feite geven zwaarlijvige mensen een gelijke of grotere hoeveelheid vetzuren uit hun vetweefsel af dan magere mensen ook onder basale omstandigheden. Als dit waar is, waarom blijven ze dan zwaarlijvig? Het is simpel: de snelheid waarmee vet op de lange termijn de vetcellen binnendringt, is gelijk aan de snelheid die de vetcellen verlaat, of hoger. Er is geen defect in het vermogen van vetcellen om vet af te geven bij obesitas, het probleem is dat het vet dat vrijkomt niet wordt geoxideerd (verbrand) met een snelheid die hoger is dan wat er uit de voeding binnenkomt, dus het komt allemaal terecht terug in het vetweefsel.

Laten we het idee van “interne hongersnood” bespreken. Taubes suggereert dat mensen te veel eten omdat ze geen toegang hebben tot hun vetreserves vanwege verhoogde insuline. Zwaarlijvige mensen hebben echter normale of verhoogde niveaus van circulerend vet, dus hoe is dat mogelijk? Het interne hongermodel was interessant, zij het speculatief, op het moment dat het werd voorgesteld, maar het bewijs daarvoor is gewoon niet uitgekomen. Obesitas is in ieder geval een toestand van “interne overmaat“. Misschien is het toch de bescheidener verbranding, de zuinigheid, waar een obers persoon mee worstelt; de lagere lichaamstemperatuur, of de “vettostaat” zoals beschreven in Slank&Gezond. 

Laten we ook ingaan op de bewering dat zwaarlijvige mensen niet noodzakelijk meer eten dan slanke mensen. Voedselrecords zijn notoir onnauwkeurig, maar er is minstens één manier om de totale energie-inname op een nauwkeurige en onbevooroordeelde manier te meten. Het wordt de “dubbel gelabelde watermethode” (DLW) genoemd. DLW-onderzoeken hebben aangetoond dat zwaarlijvige mensen, na correctie voor verstorende factoren (geslacht, leeftijd, fysieke activiteit), bijna altijd meer verbruiken en meer calorieën consumeren dan magere mensen. Gewichtstabiele zwaarlijvige mensen hebben een hogere energieflux uit vetcellen en een hogere stofwisseling, maar het is niet genoeg om de hogere calorie-inname die ook wordt waargenomen te boven te komen. Dat is herhaaldelijk bevestigd en het is op dit moment gewoon een feit.

Als verhoogde insuline leidt tot vetaanwinst, dan moet dit wetenschappelijk waarneembaar zijn. Het enige wat we hoeven te doen is zoeken naar mensen met verschillende niveaus van circulerende insuline (controleren op basislijnvetmassa), en kijken of dit de vetgroei in de loop van de tijd voorspelt. Gelukkig is dit vele malen onderzocht. In de meeste onderzoeken zijn de insulinespiegels niet gerelateerd aan toekomstige vetgroei, of krijgen mensen met een hogere nuchtere insuline bij aanvang in de loop van de tijd zelfs minder vet dan mensen met een lagere nuchtere insuline. In de meest recente studie werd een hogere insuline (en insulineresistentie) bij aanvang geassocieerd met minder vetgroei in de loop van de tijd, maar deze relatie werd geëlimineerd door te corrigeren voor de vetmassa bij aanvang, waardoor er na aanpassing geen verband meer was tussen insuline en vet-toename. Ik zie niet in hoe dit kan worden verzoend met het idee dat verhoogde nuchtere insuline de oorzaak is van veel voorkomende obesitas.

Daarom is de insulinehypothese niet consistent met de basisthermodynamica, het is niet consistent met onderzoek naar de biologische functies van insuline, en het is niet consistent met observationele studies. Zwaarlijvige mensen hebben geen defect in het vermogen om vet uit vetcellen vrij te maken en te verbranden, integendeel. Ze maken meer vet vrij uit vetcellen dan magere mensen, en verbranden er meer van. Dit wordt echter gecompenseerd door een hogere energie-inname en een hogere vetopname in vetcellen, wat de toegenomen uitgaven compenseert. Dit toont aan dat insuline geen zwaarlijvigheid veroorzaakt door direct op vetcellen in te werken om vetopslag te veroorzaken. Om obesitas te begrijpen, moeten we begrijpen wat een verhoogde voedselinname veroorzaakt, en die factor is niet insuline.

2bis – Inzichten uit de Menselijke Genetica

Genetische studies kunnen ons belangrijke aanwijzingen geven over de biologische processen die ten grondslag liggen aan veel voorkomende ziekten. Veel voorkomende genetische varianten die verband houden met het risico op diabetes type 2, zitten bijvoorbeeld meestal in genen die de insuline-uitscheidende alvleesklier reguleren. Dit vertelt ons, zoals je zou verwachten, dat de pancreasfunctie belangrijk is bij diabetes. Wat vertelt de genetica ons over de mechanismen van obesitas?

Er zijn een handvol zeldzame mutaties met een enkel gen bij mensen die tot ernstige obesitas leiden. Elke tot nu toe ontdekte die niet ook leidt tot misvorming (niet-fysiologische monogene obesitas) bevindt zich in de leptinesignaleringsroute, en zelfs degenen die wel tot misvorming leiden, hebben allemaal invloed op hoe de hersenen lichaamsvet reguleren, wat suggereert dat lichaamsvet normaal gesproken wordt gereguleerd door de hersenen, niet door vetweefsel. Uit een beoordelingsdocument uit 2009 :

Er zijn nu minstens 20 enkelvoudige genaandoeningen die duidelijk leiden tot een autosomale vorm van menselijke obesitas. Met name hebben al deze stoornissen tot dusver invloed op de centrale [d.w.z. de hersenen] waarneming en controle van de energiebalans.

Genoombrede associatiestudies (GWAS) geven ons een ander perspectief – ze zoeken naar veel voorkomende genetische varianten die geassocieerd worden met een hogere of lagere body mass index (BMI) in de algemene bevolking. Dit zijn geen mutaties die genen niet-functioneel maken, het zijn gewoon veel voorkomende verschillen tussen genen die in sommige gevallen op subtiele wijze hun activiteit beïnvloeden. Van de talrijke veel voorkomende genvarianten waarvan is vastgesteld dat ze associëren met BMI-variabiliteit en waarvan de functie bekend is, wordt de grote meerderheid uitgedrukt in de hersenen, met name de hypothalamus, en sommige bevinden zich in de leptine-signaleringsroute. Daarom doen deze kranten vaak uitspraken als deze:

… als we kijken naar de informatie die we hebben verzameld in de afgelopen 15 jaar over moleculaire genetische activiteit, kunnen we niet ontkomen aan de conclusie dat, net zoals diabetes type 2 duidelijk een ziekte is waarbij pancreas-bètaceldisfunctie een cruciaal element is, en het is duidelijk dat het ook bij obesitas een cruciaal element is. Deze aandoening waarbij de inherente genetische aanleg wordt gedomineerd door de hersenen.

en dit :

Veel van onze geassocieerde loci benadrukken genen die in hoge mate tot expressie komen in de hersenen (en een aantal in het bijzonder in de hypothalamus), wat consistent is met een belangrijke rol voor processen van het CZS [centraal zenuwstelsel] bij gewichtsregulatie.

Als insulinewerking op vetcellen een dominante factor is bij obesitas, waarom verschijnen genen die verband houden met insulinesignalering dan niet bovenaan de lijst in deze onderzoeken? Er zijn genoeg eiwitten die de insulinesecretie in de alvleesklier reguleren en insulinesignalering in vetcellen waarvan je zou verwachten dat genetische variabiliteit in deze genen vaak voorkomt als ze belangrijke regulatoren van de vetmassa zouden zijn, maar in plaats daarvan wordt de lijst gedomineerd door genen die betrekking hebben op de hersenen, en leptinesignalering in het bijzonder. Dit komt overeen met een enorme hoeveelheid literatuur die de hersenen betrekt bij de regulering van de lichaamsvetmassa en de ontwikkeling van obesitas.

De derde opmerking gaat erover dat “Koolhydraten, maar meer specifiek geraffineerde koolhydraten, vetopstapeling veroorzaken door de insuline te verhogen Is dat zo ?

Dat beantwoorden we in onze volgende brief. 

Lachen en gezondheid

In april en mei gaf ik een paar suggesties om je weerbaarheid tegen virussen te versterken en je immuno-status te verbeteren. In algemene termen komt het erop neer om zo gezond mogelijk te zijn, je vitamine- en mineralenbalans zo robuust mogelijk te maken, de slijm- en ontstekingsbelasting zo minimaal mogelijk, je energie hoog, zo weinig mogelijk lekken, een positieve ingesteldheid, een toxine-arm lichaam… (Zie ook het Nieuwe Start-programma en Het 12 punten programma voor je gezondheid) Maar ik zou graag de focus zetten op Lachen en therapie, zoals het ons werd gepresenteerd door Norman Cousins in zijn boek “De Anatomie van een Ziekte”.

We lachen gemiddeld 20 keer per dag, zeggen de statistieken. Is dat veel of weinig? Dat hangt ervan af wat je onder dat lachen verstaat…. Is het een inwendige jogging, een schuddebuikende inwendige massage, of een beleefd lachje… Nochtans mocht het wat meer zijn. Vermindering van stress, activering van spieren, versterking van de sociale band: de voordelen van lachen zijn talrijk.

Iedereen weet: “Lachen is goed voor je gezondheid.” Wat zeggen wetenschappers erover? Heeft lachen echt gunstige effecten op onze gezondheid? Voor dr. Henri Rubinstein, neuroloog en auteur van het boek Psychosomatic of Laughter (Ed. Robert Laffont), bestaat er geen twijfel over. “Lachen is iets dat je niet kunt beheersen, zoiets als een reflex. En zoals alle reflexen heeft het een doel van bescherming. Net zoals onze ogen zich sluiten om ons te beschermen tegen een object dat te dichtbij komt, lachen we om onszelf te beschermen tegen stress. ”

Allereerst zijn er de fysieke verschijnselen. Lachen is een soort schokkerige ademhaling die gepaard gaat met geluiden die door het middenrif worden veroorzaakt. Bij deze reactie zijn een groot aantal spieren in het lichaam betrokken. “Het is alsof je stilstaat,” zegt dr. Rubinstein. Onder andere lachen verlaagt de spanning en bevordert de spijsvertering door buikmassage-effect. Over het algemeen helpt dit het immuunsysteem te versterken en mensen in een aangename staat van ontspanning te dompelen.” Bovendien kan lachen de lucht vernieuwen die onder in onze longen stilstaat. Normaal gesproken verplaatsen we ongeveer 0,5 liter lucht als we inademen. Maar als we lachen, circuleert er maar liefst 2,5 liter. “Als we uitademen, elimineren we altijd wat cholesterol”, voegt dr. Rubinstein eraan toe. Door het diepe gelach kan er dus meer van worden geëlimineerd. ” Een aangename methode om het cardiovasculaire risico te bestrijden.

Op neurologisch niveau wekt lachen veel reacties op. “We lachen de meeste tijd als we met een ongerijmdheid worden geconfronteerd”, zegt Andrea Samson, onderzoeker in affectieve wetenschappen aan de Universiteit van Genève en assistent-professor aan University Distance Education, Zwitserland. Om deze ongerijmdheid op te lossen om er betekenis aan te geven, is een enorm netwerk op cerebraal niveau nodig. Over het algemeen speelt ons limbisch systeem (ook wel het emotionele brein genoemd) een grote rol. Ons beloningssysteem wordt gestimuleerd, zoals wanneer we “onze beloning” consumeren. Het belangrijkste is dat lachen en intens plezier de productie van neurotransmitters in gang zetten. Dit zijn kleine neurochemicaliën die door de cellen worden gemaakt en die informatie van het ene neuron naar het andere doorgeven. Onder hen is endorfine, ook het “gelukshormoon” genoemd. Dit verlicht stress. Lachen produceert ook dopamine, een andere neurotransmitter die pleziergevoelens opwekt en de motivatie verhoogt.

“Als we neurotransmitters missen, gaan zenuwimpulsen mis”, merkt dr. Rubinstein op. We zijn dan vaak angstiger, depressiever en gevoeliger voor pijn. ” Lachtherapieën (zoals lachsessies) kunnen helpen bij het stimuleren van hun productie en hebben een antidepressieve werking.

Naast het fysiologische aspect speelt lachen ook een essentiële rol bij sociale binding. Humor hebben is in onze samenleving bijzonder gewenst en gewaardeerd. En niet voor niets: “Humor helpt bij het reguleren van emoties.” Maar wat minder bekend is, is dat lachen de intimiteit vergroot. Vaak helpt het om emoties in moeilijke situaties beter te reguleren en te beheersen ”.

Als groep versterkt het de banden en helpt het bij het bestrijden van uitsluiting. Het is een universele taal: we kunnen samen lachen zonder dezelfde taal te spreken. Samen plezier maken is een belangrijke activiteit voor het welzijn van iedereen. “In het leven zoeken we vaak naar mensen die een beetje hetzelfde gevoel voor humor hebben als wij”, merkt de waarnemer op. Omdat lachen in de eerste plaats een geweldige manier is om samen te zijn.

Wist je dat Natur-El een hele Module heeft rond Positief Denken, Relaxatie, Ademhaling en alles wat kan helpen om dat deel van het gezondheidsprogramma te versterken? Deze Module bevat pareltjes van inspiratie om van iedere dag “Het Beste” te maken. Alles kan veranderen. De realiteit van alles wat we ervaren, wordt gevormd in het brein. Deze Module kost 30 euro. Na betaling op de Natur-El-rekening ontvang je de downloadlink.
Aanvragen (30 euro)