Hoofdpijn

Hoofdpijn zoals opgemerkt door George Bernhard Shaw (1856-1930), de Engelse schrijver en criticus, leed in het begin van zijn leven maandelijks aan heftige hoofdpijnaanvallen.

Was het een gevolg van een zittend leven ? vroeg hij zich af, voortdurend hard werken en slechts zo nu en dan wat thee, alcohol en vlees. ‘Ik wil léven maar ik krijg niet meer dan anderhalf uur per dag om stoom af te blazen…’

‘Bijgevolg hoopt diep stoom zich op, wordt giftig en explodeert zij ten slotte eenmaal in de maand in een afschuwelijke hoofdpijn.’

Eens per maand, tot hij 70 was, leed Bernard Shaw aan vreselijke hoofdpijn, die altijd een dag duurde. Op een middag toen hij net weer hersteld was van een aanval, werd hij voorgesteld aan Nansen. Hij vroeg aan de beroemde poolreiziger of hij ooit een medicijn voor hoofdpijn ontdekt had. ‘Nee,’ zei Nansen met een blik van verbazing.

‘Heeft U ooit geprobeerd een medicijn tegen hoofdpijn te vinden?’ ‘Nee.’

‘Is dat nou niet verbazend!’ riep Shaw uit, ‘U heeft er uw hele leven aan besteed om de Noordpool te ontdekken, die niemand ter wereld ook maar iets kan schelen, en u heeft zelfs niet geprobeerd een medicijn tegen hoofdpijn te vinden, waar ieder levend mens om zit te springen.’

Shaw groeide in de loop van zijn leven geleidelijk naar een vegetarische levenswijze, maar het bracht hem nauwelijks verlichting. Toen hij 70 was stapte hij af van zijn toenmalig gebruikelijke dieet – bonen, erwten en macaroni – en ging over op verse vruchten, verse groenten, waarmee hij zijn hoofdpijnen vrijwel geheel verdreef.

Vereenvoudigd uitgedrukt, zouden wij het verschijnsel hoofdpijn kunnen omschrijven als een “toxiciteits-symptoom”. Alle oorzaken die tot deze “vergiftiging” kunnen leiden, moeten op het appèl verschijnen. Het is belangrijk dat men deze informatie grondig doorneemt. Zij is niet enkel nuttig voor hoofdpijnlijders, maar ook voor alle anderen, die al of niet aan (andere) gezondheidsproblemen lijden, maar die begaan zijn met hun gezondheid als positief gegeven. Ik begrijp de gevoeligheid die rond het begrip “toxiciteit” hangt. Men brengt het woord “vergif” in verband met totaal andere stoffen, dan deze die hier in deze context worden bedoeld. Men denkt vooral aan snel werkende vergiften, waarvan men duidelijk, zwart op wit, de bewijzen ziet. Dat er ook toxines zijn, die slechts zeer langzaam de lichamelijke functies aantasten en verstoren, en waarvan wij de werking niet aanvaarden, en die aan de basis liggen van onze beschavingsziekten, wordt niet begrepen. Tot de zgn. ‘toxines’ kunnen wij rekenen : alle niet met de menselijke natuur verenigbare voedings- en/of genotmiddelen. Ook verkeerde combinaties van in wezen wel aanvaardbare voeding, maar ook buitensporige hoeveelheden, slechte eetstijl, (eten onder) spanningen, kunnen ervoor zorgen dat de stofwisseling bemoeilijkt wordt, waardoor in het organisme zelf toxische – ongewenste- producten worden gevormd. Toxiciteit is een belangrijk thema bij hoofdpijn, migraine, zenuwaandoeningen, maar ook bij reuma, ontstekingsverschijnselen enz.

Toxiciteit is geen individueel fenomeen. Iedereen heeft te maken met toxiciteit. Binnen het organisme lopen dagelijks duizenden processen fout. Tot op zekere hoogte ondervindt het organisme daar nauwelijks of geen hinder van, door de goede werking van de buffersystemen. Deze buffersystemen zijn in hun werking afhankelijk van onze algemene vitaliteit. In belaste perioden, of wanneer men door de zware emoties en door fysieke vermoeidheid verzwakt is, zal de werking van deze buffersystemen minder efficiënt zijn. Bovendien is er tussen verschillende personen een totaal verschillend vermogen in de capaciteiten van de buffersystemen. Er zijn mensen met een algemeen verhoogde gevoeligheid; er zijn mensen met een sterke, stabiele constitutie. Mensen wiens gevoeligheid verhoogd is, reageren krachtiger op “pijn”. Dat betekent nog niet, dat de personen die minder of helemaal niet reageren, minder hinder ondervinden van bepaalde toxiciteit. Zij reageren niet, of niet meer. Hun organisme heeft de toxiciteit aanvaard en tolereert de afwijking. We zijn dan verleid om te zeggen dat men er “immuun” voor geworden is, maar we moeten daarmee voorzichtig zijn. Bij gebrek aan signaal en bij gebrek aan symptomen, zouden mensen overmoedig kunnen worden en ineens de volle rekening krijgen.

Het is mogelijk dat ze een natuurlijke capaciteit hebben om belastende toxines en zuren te isoleren, te compenseren en af te voeren. Het is verwonderlijk dat de zwaarst vervuilde personen, over het algemeen niet meer reageren. Men kan dit niet-reageren als een voordeel zien, maar het is in feite een nadeel. Men verliest de natuurlijke signaalfunctie, waardoor men in een kritieke situatie terechtkomt. Hoe vaak hoort men niet zeggen : “Zo’n sterke persoon, nooit ziek geweest, en nu ineens…”

Het bestrijden van de (hoofd)pijn, is het bestrijden en het vermijden van de stroom van toxines. Vergeten wij niet dat het menselijk organisme nooit in de geschiedenis blootgesteld werd aan dergelijke massale mogelijkheden waardoor het zich kan intoxiceren.

Strijd tegen de pudding

Are Waerland, één van de pioniers in de reformbeweging

pastedGraphic.png

Hoewel Waerland als grondlegger van het vegetarisch / hygiënistisch voedingssysteem wellicht niet de bekendheid geniet die hij verdient, kunnen zijn ideeën sommigen inspireren om “iets te doen” aan hun levenswijze en voeding. 

Are Waerland (1876-1955) was één van de kopstukken van de vegetarische beweging.  Deze Zweedse filosoof studeerde geneeskunde om zijn eigen zwakke gezondheid te verbeteren.  Zo kwam hij tot een voedingstherapie met veel rauwe groenten, fruit en granen.

Toen de twintigjarige rederszoon uit Ekenäs in Nijland / Zweden zich in 1896 liet inschrijven op de faculteit filosofie aan de universiteit van Helsingfois, volgde hij daarmee eerst en vooral zijn filosofische overtuiging.

Het materialisme was volgens hem de hoofdschuldige aan de vervalverschijnselen  van onze cultuur.  Zijn ziekelijke toestand verhinderde hem zijn studies voort te zetten.  Hierdoor stond hij steeds sceptischer tegenover de conventionele methodes van de klassieke geneeskunde.  Voortaan hield hij zich nog enkel bezig met medische problemen.

Hij verdiepte zich eerst en vooral in het begrip “gezondheid”.  Dit werd echter in geen van de bekende medische woordenboeken verklaard, noch aan de universiteiten onderwezen.  Het Engelse openluchtleven had hem al lang geïmponeerd.  Hij besloot om naar Engeland te emigreren om daar het geheim van de gezondheid op te sporen en de studies van geneeskunde aan te vatten.  Door zelfstudie definieerde hij uiteindelijk gezondheid als: de geschiktheid om zonder lichamelijke klachten alles wat men in aanleg heeft, ongestoord tot ontwikkeling te brengen. 

Ziekte daarentegen kon enkel het gevolg zijn van een zich losmaken van de verbondenheid met de natuur en een verwaarlozing van haar grondprincipes.

Bijgevolg heeft iedere mens die door een beschavingsziekte is getroffen, voor het herstel van zijn gezondheid als taak: de echte verbondenheid met de natuur zo lang na te streven tot men zijn lichaam niet meer voelt.  

Are Waerland was namelijk van mening, in tegenstelling tot de klassieke geneeskunde, dat iedereen zijn gezondheid alleen maar zelf behouden of wéér opbouwen kan!

Mens, genees jezelf!

Doorslaggevend bij elk regeneratieproces was voor Waerland de juiste voedingswijze.  Net zoals Hippocrates was hij van mening dat de lichamelijke conditie van een mens zowel van de keuze van zijn voedsel als van zijn levenswijze afhangt.  Hijzelf had zich namelijk door een radicale omschakeling op een lacto-vegetarisch dieet, door een bewuste houding en zoveel mogelijk beweging in open lucht tot een gespierde sportman ontwikkeld.  Sindsdien bestond zijn levenstaak in het doorgeven van zijn ervaringen aan de door de beschaving gehavende mensheid om ze tot een harmonisch leven te leiden, omdat slechts een gif- en klachtenvrij functionerend lichaam, de menselijke ziel die ontplooiingsmogelijkheden biedt die het leven zinvol maken.

Beslissend voor de latere ontwikkeling van Waerland was zijn vriendschap met de chirurg W.A. Lane en de bioloog Arthur Keith.  Hun wetenschappelijke inzichten overtuigden hem van de waarde van het lacto-vegetarisme.  Bovendien bevestigde hij Alexander Haigs’ stelling dat niet bacteriën infectieziekten veroorzaken, maar wel een foutieve voeding die de menselijke cellen toegevoerd krijgen.

Een groot deel van zijn leven besteedde Are Waerland met zijn verkregen inzichten te testen, om dan als achtenvijftigjarige met zijn meermaals bewezen levenswijze in het openbaar te treden.  In zijn boek “In the cauldron of Disease” (“Im Hexenkessel der Krankheiten”), dat in 1934 verscheen, publiceerde hij de resultaten van zijn jarenlange voedingsfysiologische studie.

Uit deze periode dateert het ontstaan van de Waerland-beweging, die aanvankelijk eerst in Zweden een sterke weerklank vond.  Daar erkende men dadelijk dat deze levenswijze niet enkel zonder moeite uitvoerbaar was, maar ook een maximum aan gezondheid beloofde.

Strijd tegen pudding

Waerland had zich indertijd van de “pudding-vegetariërs” gedistantieerd.  Deze schrapten weliswaar het vlees uit hun voeding, maar waren verzuurd omdat hun voedsel voor 90% uit gekookte, geïndustrialiseerde, geontmineraliseerde, gesuikerde en gezouten voeding bestond, welke Waerland als “gecastreerd” betitelde.

De kleine hoeveelheid verse groenten kon het tekort aan rauwe voeding niet aanvullen, zodat deze mensen niet minder ziek werden dan vleeseters, omdat ze onvoldoende verweerstoffen bezaten.  In tegenstelling met deze “pudding-vegetariërs” streefde Waerland er naar de synthese te trekken uit alle bestaande inzichten van het moderne voedingsonderzoek.

Hoewel hij zijn boek als afsluiting van zijn werken beschouwde, zag Waerland zich door de vragen van ernstig geïnteresseerden verplicht ook de praktische gevolgen van zijn systeem uit te leggen.  In het Zweedse tijdschrift “Zvisksport” verschenen voortdurend artikels ven hem die hij in 1942 in zijn tweede omvangrijke werk “Umkehr zum Leben” samenvatte.

Bovendien gaf hij voortdurend spreekbeurten die hem deden uitblinken als geïnspireerd schrijver.  Toen in het jaar 1949 de Waerland-beweging vaste voet aan wal kreeg, betekende dit voor hem een grote stap voorwaarts.  Berlijnse artsen nodigden Waerland uit om lezingen te geven over de resultaten van zijn onderzoeken.  Het grote succes dat deze voordrachten kenden, leidde tot de oprichting van een Duitse afdeling en een Duits Waerland-tijdschrift.  Nadat zijn boeken ook in het Duits verschenen, leidde hij op hoge leeftijd een vermoeiend reisleven, dat hem in alle grote steden van het Duitse taalgebied bracht.  Tegelijkertijd ontstonden talrijke Waerland-kuurhuizen en sanatoria, waar zijn methode tot welzijn van de patiënten praktisch werd uitgevoerd.  Zijn vrouw Ebba wijdde zich aan de therapeutische toepassing van zijn kennis en bundelde haar ervaringen in het boek “Die Waerland-Therapie und ihre Erfolge”.

Speciaal voor beschavingsziekten

Door een radicale omschakeling in de voeding en een reeks geneeskundige toepassingen konden zeer merkwaardige resultaten worden behaald bij vele ziekten zoals reuma, jicht, suikerziekte, kanker, maag-, lever- en galkwalen, maar ook bij hart- en bloedvaatziekten.  De patiënten verkregen een verbetering in hun ziektetoestand, door hun actieve medewerking aan het genezingsproces; deze mensen werden aangespoord tot zelfstandig denken omtrent hun geestelijke  en lichamelijke toestand.  Dit behoorde tot Waerlands grondprincipes.  Eigenlijk zou ieder zijn eigen arts moeten worden om de eisen van het eigen lichaam te begrijpen en hierop instinctief te reageren.

De periode tussen zijn 65ste en zijn 75ste levensjaar was voor Are Waerland een fase van onvermoeibaar werk.  Naast talrijke artikels in kranten en tijdschriften schreef hij vlugschriften en brochures, waarmee hij zijn levenswerk harmonisch afrondde.  Twee jaar voor zijn dood trok hij zich in Alassio terug om daar in volledige afzondering zijn filosofisch  werk “Der Weg zur neuen Menschheit” te voltooien.  Hij plaatste dit onder het motto “Voor de grootsheid en schoonheid van het leven”, om nogmaals de op geestelijk en lichamelijk vlak achteruitgegane mensheid tot innerlijke omkering en heroriëntering op te roepen.  Alleen een generatie die bereid is haar lichaam als een tempel van de geest op te bouwen en te verzorgen, heeft nog overlevingskansen!