Wat we niet deden…

Om de volgende pandemie te voorkomen, heb ik ook niets gehoord van intenties om een einde te maken aan de ongelijke toegang tot natuurlijke hulpbronnen. Om de volksgezondheid te beschermen, moeten we onze relatie met het milieu en de ongelijkheden die de vernietiging ervan veroorzaken, opnieuw bekijken.

Het onderzoek vertelt ons dat de interactie tussen dier en mens waarschijnlijk een (mede-)oorzaak is van de wereldwijde COVID-19-pandemie waarbij het virus hoogstwaarschijnlijk de menselijke populatie binnendringt door interactie met vleermuizen. Hoewel het verbieden van de wereldwijde handel in wilde dieren en planten een voor de hand liggende preventieve stap is die kan worden genomen, is het niet voldoende. We hebben een meer factoren omvattende benadering nodig.

Naar schatting 75 procent van de nieuwe infectieziekten is zoönotisch of een direct gevolg van contact tussen mens en dier. Een aantal van deze ziekten heeft de afgelopen jaren de krantenkoppen gehaald, waaronder Zika, Ebola, SARS, vogelgriep, MERS en, natuurlijk nu, COVID19. Volgens het Milieuprogramma van de Verenigde Naties zijn ontbossing, intensieve landbouw en klimaatverandering van de belangrijkste oorzaken van de toegenomen “overdracht” van het virus naar menselijke groepen. Uit een aantal onderzoeken is gebleken dat de wereldwijde aanpak van de productie van goederen ― waaronder belangrijke landbouwproducten zoals rundvlees, palmolie, koffie en cacao ― een grotere uitputting van hulpbronnen in armere landen mogelijk maakt dan in rijke landen.

Dit leidt tot ontbossing en verlies van biodiversiteit, de belangrijkste oorzaken van de overdracht van ziekten tussen soorten. De regio’s in het Zuiden die deze producten produceren, ― Sub-Sahara Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika ―, zijn over het algemeen zelf geen consumenten; Zo wordt in de meeste koffie- en cacaoproducerende landen ruim 95 procent van de koffie en cacao geëxporteerd naar het noorden, voornamelijk Noord-Amerika en Europa

Deze patronen weerspiegelen de dynamiek van de klimaatverandering: arme landen hebben de neiging om de meest schadelijke gevolgen van klimaatverandering te ondervinden, ondanks het feit dat ontwikkelde landen de meeste verantwoordelijkheid dragen voor de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en de productie van andere schadelijke verontreinigende stoffen. Er is duidelijk bewijs van de impact van klimaatverandering op door muggen overgedragen ziekten. Zelfs kleine temperatuurstijgingen vergemakkelijken de verspreiding van muggen naar nieuwe gebieden waar mensen geen immuniteit hebben voor de ziekten die ze dragen. Geërodeerde omgevingen in minder ontwikkelde landen hebben de neiging om eerst grote roofdieren te verliezen. De achterblijvers zijn vleermuizen, ratten en muggen, de soort die gewoonlijk zoönosen op mensen overdraagt. Verlies van natuurlijke hulpbronnen maakt dit probleem nog groter, aangezien deze soorten strijden om minder hulpbronnen. Terwijl ze hun territorium uitbreiden op zoek naar voedsel en voortplantingsplaatsen, worden deze dieren gedwongen uit te wijken naar meer bevolkte gebieden en komen steeds nauwer in contact met mensen.

Het is tijd om de punten met elkaar te verbinden. Wereldwijde pandemieën voor infectieziekten zoals COVID-19 en andere zijn het indirecte resultaat van een wereldwijde economische orde die afhankelijk is van ongelijke toegang tot macht en middelen. Hoewel de milieuschade plaatselijk is en dus voor de meeste consumenten uit het zicht, zijn de gevolgen dat niet. Ze zijn verreikend en, zoals we nu weten, potentieel dodelijk.

Een ziekte- of kiemspecifieke reactie zal nooit voldoende zijn. Gemiddeld komt er elke vier maanden een nieuwe ziekte bij de mens naar voren. Tenzij mondiale milieu-, gezondheids- en ontwikkelingskwesties als een geheel worden aangepakt, zullen nieuwe pandemieën blijven ontstaan. Er moet nieuwe prioriteit worden gegeven aan het terugdringen van het consumptieniveau, het wegwerken van handels- en economische ongelijkheden en het creëren van duurzame productiesystemen voor mens en milieu.

De huidige crisis biedt de unieke en noodzakelijke kans om onze relatie met het milieu te herdenken en te herstructureren. Internationale beleids- en ontwikkelingsinitiatieven moeten prioriteit geven aan gezondheid en ecologisch welzijn. Het creëren van duurzame en effectieve interventies vereist erkenning van de grotere oorzaken die ten grondslag liggen aan de mondiale aantasting van het milieu en van de geopolitieke dynamiek die economische groei een hogere prioriteit maakt dan de gezondheid van de mens en de natuur.

Des te schrijnender is het hele plaatje, omdat wij nu niet alleen hitterecords optekenen, maar – totaal afwezig uit de media – zijn de records in bosbranden die in 2020 worden opgetekend… Die zullen nooit ophouden, tenzij de vraag naar dierlijke producten drastisch verlaagt…

Ineens was er gerommel

Zoekt Maya de Bij het tegenwoordig bij sigaretten? Helemaal niet – en net zo min als bij de vleesproducten – zegt Greenpeace.
Nieuwsbrief 28/5/2018
Het leek wel of iedereen zich roerde, en als dat de bedoeling was, heeft Greenpeace in ieder geval een punt gescoord. Ik laat het in het midden of het ethisch correct is om een probleem aan te kaarten, door dezelfde wapens te gebruiken, maar om het onder de aandacht te brengen, heeft in ieder geval gewerkt. 
Wat me erg blij maakte is, dat Greenpeace nu eindelijk kleur bekent. In januari 2017 schreef ik voor Houvast : 
“Elk plan voor het milieu dat de vleesindustrie negeert is voorbestemd om te falen. En dat is precies wat dit plan doet. Er is niet één fluistering in het gehele rapport over deze centrale kwestie. Hoe is dit mogelijk? De reden hiervoor wordt duidelijk als we kijken naar de milieu-groepen die de klimaatverandering-discussie domineren. Ze weigeren om het kwaad door de vleesindustrie veroorzaakt te erkennen. Zij beweren dat het nemen van kortere douches en het besturen van een elektrische auto alle kwalen van de wereld zal oplossen. Ik veralgemeen nu, maar de realiteit is dat het milieuactivisme heeft geweigerd om “vlees” aan te pakken, ondanks de overweldigende schade die het veroorzaakt. In tegenstelling zijn er de de organisaties die zich richten op “dierenbescherming” of “dierenrechten” die luid veroordelend zijn om de wreedheden en verspilling van vlees voor decennia. Er is bewust gekozen om dit te negeren ten gunste van de beperkte dogmatiek van de typische milieugroepen. Voor wie niet op de hoogte is van de subtiliteiten die verschillende activistische groepen scheiden, een korte toelichting. Groepen aangeduid als “groen” hebben vaak verschillende motieven en agenda’s. Typische “milieu” groepen richten zich op de bescherming van soorten of terreinen. Ze ondersteunen meestal sportjacht / vissen, vlees eten… In tegenstelling, zijn de dierenrechten groepen die zich richten op de bescherming van individuele dieren door tegen sport jagen / vissen, vlees eten, en andere vormen van wreedheid op te komen. Dit zet ‘groene’ groepen op gespannen voet over de meest urgente bedreiging voor de natuur. Nergens is dit duidelijker dan de vleesindustrie. “Dieren” groepen verzetten zich tegen de wreedheid, afval, en de vernietiging door de vleesindustrie. “Milieu” groepen proberen het probleem te negeren. Als u hieraan twijfelt, kijk naar de documentaire “Cowspiracy,” en zie de leiding van de beroemde milieugroepen kronkelen toen gevraagd werd over hun positie tegenover de vleesindustrie. Er is een mogelijkheid dat pro vleesindustrie actief milieugroepen financieren om ze stil te houden. Het is schokkend. Typische milieugroepen wo. National Wildlife Federation, Wereld Natuur Fonds, Greenpeace eva staan tegenover typische diergroepen als In Defense of Animals, Sea Shepherd, en PETA. Een van de weinige milieugroepen die de schade veroorzaakt door vlees niet onder stoelen of banken steekt, is het Center for Biological Diversity. Dit betekent dat er twee tegenstrijdige standpunten zijn over het belang van de vleesindustrie . Degenen die de vleesindustrie zien als een culturele keuze die voor onbepaalde tijd kan worden voortgezet, en degenen die de industrie zien als zo destructief dat het nodig is om ze onmiddellijk te beëindigen. Het overweldigende bewijs is aan de kant van degenen die vlees zien als een grote bedreiging voor dieren, natuur en de mensheid. Dieren voor voedsel vereisen enorme hoeveelheden land en voedsel en water. De vleesindustrie genereert enorme verontreiniging door fecaal afval, pesticiden en herbiciden te gebruiken, en het energieverbruik. De premisse van vlees eten leidt tot verspilling ten behoeve van een kleine bevoorrechte groep. De Adventist Health Study heeft veel documentatie van de gevolgen van vlees voor het milieu verzameld…”
In dit artikel werd ook Greenpeace vermeld als “laks tegenover de vleesindustrie in het licht van de milieuproblematiek”, maar met deze campagne breng ik dat in twijfel – al hoor ik de Studio 100-spreekbuis zeggen “dat we in het verleden meer met Greenpeace samengewerkt hebben…
“Wat was de boodschap ? Greenpeace vond dat als Maya de bij mocht dienen voor het promoten van vlees – het ook mocht dienen voor de promotie van sigaretten… Er zijn maar weinig mensen die daar bij stilstaan… maar er is een parallel, zelfs al was de eerste kritiek “te kort door de bocht”. 
Maar sommige kritiek is ook terecht: de beelden die jonge kijkers te zien kregen roepen verkeerde associaties op… Hopelijk is deze schade niet te erg, maar blijft de boodschap van de gezondheidsrisico’s van (bewerkt) vlees lang genoeg hangen, zodat mensen de komende zomer de barbecue’s en andere decadente praktijken verzaken !